Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



maandag 27 augustus 2012

Vreemdelingen en bijwoners (2011), documentaire van Geertjan Lassche


Ontheemd en zonder grip

Mathijs Souhoka (1949) is een Ambonees, die op tweejarige leeftijd met zijn familie naar Nederland verscheept werd. Ze werden van 1954 tot 1966 in kamp Conrad in Rouveen geïnterneerd. Zijn tante vond het hier vooral koud. Men voelde zich bedrogen door de regering. In Rouveen stonk het naar gekuild gras. Hijzelf voelt zich niets, hij is niet hier, niet daar, hij is ontheemd en zonder grip. Mathijs schildert en speelt gitaar. Door ontmoetingen met dorpelingen en lotgenoten probeert hij in de documentaire begrip te ontvangen, maar veel daarvan krijgt hij niet.

De documentaire toont oude beelden van de verscheping van de Ambonezen en het dorp Rouveen in de gemeente Staphorst, ook van de begraafplaats, waarop verschillende Ambonezen liggen, waaronder Jantje, een jeugdvriendje van Mathijs.

Klaas Piel, een boer uit Rouveen, die met een bulldozer het kamp met de grond gelijkmaakte, zegt dat hij wel contact met de Ambonezen wilde, maar dat ze zo anders waren. Ze droogden vis op hun dak, die stonk en ze deden de hele dag niets. Mathijs vindt dat zij minder geacht werden dan de joden die tenminste nog brood van de vader van Klaas kregen.

Kamp Conrad was in de oorlog een doorgangskamp voor joodse gevangenen. De ontmoeting met een joodse man van 94 jaar, die eerst in Conrad en later in een concentratiekamp zat, geeft ook geen voldoening. De vraag is wie er erger aan toe waren. Jullie hadden nog je familie, zegt de oude man, die zuurstof krijgt door een slangetje in zijn neus.

Mathijs heeft het niet getroffen. Het ergst vindt hij nog de dood van zijn zoontje Maurits, die in 1978 dodelijk werd aangereden door een auto. Eerder al in 1968 verloor hij zijn speelkameraadje Jantje, die onder een boerenwagen terechtkwam. Hij bezoekt twee broers van Jantje, die vertellen dat hun vader erg boos was op zijn zoon, die enkele dagen overleed aan inwendige verwondingen, en hem zelfs sloeg. Mathijs kan dat wel begrijpen. Zijn eigen vader reageerde zich ook vaak af op zijn kinderen. De zoon van de boer vertelt dat zijn vader niet naar de familie toe ging, omdat men niet wist hoe die zou reageren.

Er is duidelijk sprake van een enorme cultuurkloof tussen de ouderwetse Staphorster bevolking en de in het kamp gedumpte Ambonezen. Van Spijker, die hun buurman was, zegt dat het aan de taal en de huidskleur lag, maar vindt ook dat de Ambonezen weinig moeite deden zich aan te passen. Mensen met een andere geloofsbeleving vallen toch al buiten de gereformeerde dorpsgemeenschap. Dorpeling Haring zegt dat hij niet wist dat ze van de KNIL waren en het vaderland gediend hadden. De dominee zei ook niets. De tijd was anders. Ze drinken er maar een kop koffie op. Met melk en suiker.

Later gaat Mathijs met zijn dochter Salomy terug naar Ambon. Daar beseft hij des te beter dat ze in Nederland niet meer wisten wie ze waren. Hun ouders leerden hun kinderen geen weerbaarheid. Ze dachten dat ze weer terug zouden gaan naar Ambon. Zelf tekende hij altijd de blauwe zee. Zijn vader had veel frustraties over het ontslag als KNIL-militair zag zijn kinderen niet. Hij sloeg een keer een vader van vriendje Dominggus in elkaar. Mathijs zoekt hem op. De man moet er nog om huilen. Hij heeft er nooit met iemand over gesproken.   

Voorafgaande aan de film meldt Lassche dat hoofdpersoon Mathijs Souhoka vlak voor het uitkomen van de documentaire onverwachts overleed. Hij beschouwde de film als een document voor volgende geslachten.

Vreemdelingen en Bijwoners won in april 2012 zowel de jury- als de publieksprijs De Tegel 2011. Dit is de belangrijkste journalistieke prijs in Nederland. 

Hier meer over deze indrukwekkende documentaire.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen