Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



woensdag 29 april 2015

Vertalersgeluktournee 2015, Athenaeum Boekhandel Haarlem, 28 april 2015



Tien vertalers van romans uit acht verschillende landen toeren door het land als kennismaking met de uitreiking van de Europese Literatuurprijs 2015, die later dit jaar wordt uitgereikt. Op de longlist staan twintig romans, de shortlist wordt eind mei bekend gemaakt in Spui 25 in Amsterdam.

Tijdens de bijeenkomst in Haarlem werkt Athenaeum Boekhandel Haarlem voor de eerste keer samen met Blokker Boekhandel uit Heemstede. Coen Vermaas en Arno Koek zitten daarom het slotgesprek voor met Niek Miedema en Harm Damsma die Tijdsmeters van David Mitchell vertaalden, Liesbeth van Nes met Tot ziens daarboven van Pierre Lemaitre en Pietha de Voogd met Het zwart en het zilver van Paolo Giordano. Vooraf krijgen de vertalers een kwartier de tijd om over hun vertaling te vertellen. Zoals gebruikelijk bijt initiator Andrea Kluitmann de spits af, met dezelfde inleiding als vorig jaar, die zo gevat en hilarisch is, dat het geen straf is om daar weer naar te luisteren. Het is bijvoorbeeld grappig dat ze de ring toont - die ze als kind uit een kauwgomballenautomaat haalde - waarmee ze zichzelf onzichtbaar kon maken. Terloops zegt ze dat ze die niet aan haar vinger zal schuiven om het programma niet in het gevaar te brengen. Tussen de inleidingen van de vertalers door zien we animaties van Kabo Lam en Michiel Moormann.

Niek Miedema en Harm Damsma vertellen alternerend over drie Engelstalige schrijvers van wie zij het werk vertalen: Joseph O’Connor (de broer van Sinead), Michel Faber en David Mitchell. Het probleem was dat deze drie schrijvers allemaal op hetzelfde moment een dik nieuw boek publiceerden. De vertalers krabten zich achter hun oren en besloten heel hard aan het werk te gaan om alle vertalingen zo snel mogelijk klaar te krijgen.
Ze lezen tijdens het vertalen elkaars teksten en verbeteren die. Als er problemen zijn, praten ze er net zo lang over tot ze eruit zijn. Bij Mitchell stuitten ze meteen op het probleem van de titel The bones clock. Ze kwamen er niet uit, waarop directeur Lidewijde Paris Tijdmeters voorstelde. Damsma was zeer te spreken over zijn kennismaking met de opstandige puber Holly

, die een trait d’union vormt tussen de verschillende personages in het boek, Miedema vond alle fantasy in de roman wel wat veel, maar schrappen kon hij die niet. De haast waarmee de klus geklaard moest worden zorgde ervoor dat de hele uitgeverij meeleefde, dus vertalen is zeker niet eenzaam, zegt Miedema.

Liesbeth van Nes vertelt over haar uit het Frans vertaalde roman aan de hand van beelden op het projectiescherm. Het boek gaat over de Eerste Wereldoorlog. Van Nes werd gefascineerd door de angst die de bloederige strijd in de loopgraven opriep. Op de omslag van het boek Cru van Jean Norton (zie foto) staat een poilu, letterlijk een behaarde, een soldaat met boeken aan zijn bajonet gespietst. Hij verbeeldt daarmee alle boeken die onwaarheden over de loopgraven verkondigden. Van Nes liet zich leiden door boeken die wel de waarheid vertelden, zoals Ceux de 14 van Maurice Generoix, dat tot haar spijt nooit in het Nederlands werd uitgegeven.
Het verhaal van Tot ziens daarboven gaat over twee heel verschillende jongemannen, boekhouder Albert en kunstenaar Éduouard, die elkaar in de loopgraven bijstaan. Éduouard verliest daarbij zelfs zijn onderkaak. De invaliden worden in het Frans gueles cassées genoemd, een term die in het Nederlands niet bestaat en daarom door Van Nes steeds anders werd vertaald. Ze gaat ook in op de vertaling van de soldatentaal, waarvoor ze Nederlandse militairen raadpleegde.

Pietha de Voogd komt op herhaling. Vorig jaar praatte ze over Het menselijk lichaam, nu over het dunnetje van 160 pagina’s Het zwart en het zilver, waarin het weer over dysfunctionele menselijke relaties gaat. Het verhaal kan kort samengevat worden. Het gaat, met allerlei tijdsprongen voor- en achteruit, over een jong gezin dat een hulp in de huishouding heeft die Signora A. genoemd wordt. Deze Signora laat het gezin na haar dood verweesd achter laat. Volgens de Itialiaanse media heeft Giordano met zijn derde roman zijn toon gevonden. Datzelfde geldt volgens De Voogd voor zijn vertalers. Na zijn debuut De eenzaamheid van de priemgetallen was hij nogal onzeker over zijn literaire prestatie, maar inmiddels is hij zelfbewuster.
De Voogd gaat in op de vertaling van Signora A. Omdat ze in het Nederlands geen equivalent vond liet ze de term staan. Ze gaat ook in op Maarten Steenmeijer die in zijn recent uitgegeven boek Schrijven als een ander (ook een dunnetje van 160 bladzijden, rs) beweert dat een vertaler een medeschrijver is en goed Nederlands moet schrijven. Het brengt De Voogd tot de vraag aan de zaal waaraan men de voorkeur geeft: goed Nederlands of een meer letterlijke vertaling, waarbij een hortende stijl zichtbaar kan worden en ook culturele aspecten een plaats hebben.

De vraag is volgens Arno Koek, die het slotgesprek inleidt, een inkoppertje. De zaal ziet het liefste de cultuur niet overboord gegooid. Damstra brengt in dat het overbrengen van de culturele achtergrond moeilijker is naarmate die meer verschilt van de onze, zoals de Zuid-Amerikaanse cultuur. De aanwezige vertalers kiezen ervoor om een nawoord te gebruiken om die achtergrond uit leggen.
Verder gaat het over moeilijk te vertalen woorden en de neologismen die vertalers bedenken. Miedema had het zwaar met de fantasy van Mitchell. Volgens Damstra moet men steeds weer bedenken welke oplossing men kiest. In boeken voor jongere lezers laat hij vaak het Engels staan, omdat dit zich steeds meer in het Nederlands opdringt.
Op de vraag hoe het is om met duo’s te werken antwoordt De Voogd dat men dezelfde sociale achtergrond moet hebben om goed te kunnen samenwerken. Tenslotte gaat het er nog over hoe goed men de brontaal moet kennen om te kunnen vertalen. Van Nes heeft gemerkt dat een perfecte beheersing daarvan soms de doeltaal in de weg staat.     

Hier mijn verslag van het Vertalersgeluktournee in Haarlem in 2015, hier een leesfragment van Tot zien daarboven op de site van Athenaeum Boekhandel.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen