Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 7 april 2015

Theo Jansen over Strandbeest, VPRO-Boeken, 5 april 2015






Wetenschapper en kunstenaar ineen bouwt ingenieuze strandbeesten

Theo Jansen is een natuurkundige en maakt strandbeesten die in de zomer op het stille strand van Scheveningen Zuid te zien zijn. Het is zijn levenswerk. De Russische fotografe Lena Herzog maakte daar het boek Strandbeest van, de New Yorker Lawrence Weschler schreef er volgens Wim Brands een mooi essay in.

Brands vraagt Jansen naar zijn werkwijze.
Het zijn experimenten met PVC die hij in de zomer uitvoert, soms in de vorm van één dier en soms in de vorm van een hele kudde, maar die na de zomer weer verdwijnen. De beenderen begraaft hij op een knekelveld bij Ypenburg. De vorige zomer maakte hij vanwege de harde wind maar één beest. Die was steviger dan al dat kleine grut, dat de neiging had om weg te waaien.

Brands begint over de ontroering die de strandbeesten te weeg brengen.
Jansen moet daar niet zo veel van hebben. Hij denkt dat het komt omdat mensen gevoelig zijn voor dieren en dat de waarneming van zijn beesten, gecombineerd met de violen eronder, een gevoel van opwinding teweegbrengt. Zelf wil hij, hoewel hij gauw huilt, daar niet teveel in geloven. Hij vertelt over zijn sprookje van een nieuwe diersoort dat gebaseerd is op de evolutie, die hij nog eens over wil doen, al is dat in veel minder dan de oorspronkelijke. Bijna 25 jaar geleden begon hij met PVC, zijn eiwit. Zoals de Schepper eiwit gebruikte als oermateriaal, zo gebruikt hij PVC. Petflessen kwamen erbij net als ringetjes om de beenderen bij elkaar te houden. Soms zondigt hij wel eens door een elastiekje te gebruiken.

Brands kent hem nog van zijn stukjes in de Volkskrant, waarin hij onder andere uitlegde hoe men de onwelriekende geur van knokloof kon vermijden, namelijk door een stukje knoflook aan de punt van de vork te spiesen waardoor men die wel ruikt maar niet eet. Hij kreeg daarop een reactie van Rudy Kousbroek die dit kende van kokosnoten die naar haring roken.

Brands vraagt naar de impuls die Jansen deed besluiten om de strandbeesten te vervaardigen.
Het begon met zijn zorgen over de zeespiegelstijging nog voordat dit bij het grote publiek bekend was. Hij wilde de kustlijn verhogen, maar in de loop van de tijd ging zijn aandacht steeds meer uit naar het evolutieproces. Hij ging op zoek naar de wortels van het bestaan, dacht na over de voorplanting en schreef daar The great pretender over. 

Brands wil weten wat hij daarvan heeft opgestoken. Het mogen wat hem betreft ook mislukkingen zijn omdat men daarvan het meest leert.
Jansen heeft toevallige ontdekkingen gedaan zoals tijdens het maken van een spoiler van een beest. Hij gebruikte plakband voor de huid en merkte dat die door de zandkorrels een schutkleur kreeg, iets dat in de echte evolutie niet voorkomt.

Brands meent dat de evolutie van toevalligheden aan elkaar hangt.
Jansen heeft zijn eigen ideeën over een beest, maar in de praktijk blijken die toch weer anders uit te pakken. De buisjes geven hem andere adviezen. Beperkingen maken dat hij zijn oorspronkelijke ideeën niet kan realiseren. Het proces van het maken is grillig, er komt onverwacht schoonheid uit voort, het product blijkt bij toeval ontroering op te wekken.

Hier een video over zijn werk, hier een lang artikel van Ian Frazier in The New Yorker van 5 september 2011.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen