Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



maandag 6 april 2015

Tim de Mey over Het voordeel van de twijfel, VPRO Boeken, 5 april 2015



Een zebra is geen zwart wit geverfde ezel

De Vlaamse filosoof Tim de Mey doceert in Rotterdam en in Gent en wil met zijn boek Het voordeel van de twijfel twijfel zaaien in ons hoofd om betere vragen te oogsten. Kritisch zijn is op de eerste plaats kritisch zijn op zichzelf. Men moet durven twijfelen aan de eigen opvattingen. In zijn boek staan wat dat betreft de nodige denkexperimenten.

Wim Brands haalt Rilke aan die zegt dat uw twijfel een goede bondgenoot kan zijn als u hem opvoedt en vraagt aan De Mey wat twijfel eigenlijk is.
Het overwegen van alternatieven, zegt De Mey stellig. Het kan daarbij gaan om handelingen, zoals de keuze voor een trui of een jasje als je bij VPRO Boeken gaat opdragen of om een heel wereldbeeld. In dat laatste geval is de twijfel meer theoretisch van aard. Deze laatste soort twijfel is zijn lust en zijn leven. De Mey vroeg zich als kind al af hoe de wereld er anders uit zou kunnen zien en of het geen laboratorium was waarin hij ontdekkingen kon doen.

Brands toont een fragment uit Himmel über Berlin waarin een gedicht voor van Peter Handke voorkomt over dit soort theoretische vragen.

Als das Kind Kind war,
war es die Zeit der folgenden Fragen:
Warum bin ich ich und warum nicht du?
Warum bin ich hier und warum nicht dort?
Wann begann die Zeit und wo endet der Raum?
Ist das Leben unter der Sonne nicht bloß ein Traum?
Ist was ich sehe und höre und rieche
nicht bloß der Schein einer Welt vor der Welt?
Gibt es tatsächlich das Böse und Leute,
die wirklich die Bösen sind?
Wie kann es sein, daß ich, der ich bin,
bevor ich wurde, nicht war,
und daß einmal ich, der ich bin,
nicht mehr der ich bin, sein werde?

Brands meent dat elk jongetje zich deze vragen stelt, maar dat men daarmee ophoudt. 
De Mey zegt dat men dit soort vragen leert afblokken omdat ze te complex zijn. Het doordenken van dit soort vragen en het afwegen van oplossingen is in het geheel niet verlammend maar juist heel inspirerend.

Brands brengt Rear window van Hitchcock ter sprake, waarin de rechercheur niet deduceert ofwel afleidt, maar abduceert. Vanuit zintuiglijke ervaringen komt hij tot een hypothese over de dader. De camera gaat van het ene naar het andere huis en ziet wat daar loos is. In ons eigen onderzoek naar de wereld volgen wij deze werkwijze ook. Veronderstellen levert meer op dan afleiden. Centraal in Het voordeel van de twijfel staat echter dat we, vanwege de vele alternatieven, nooit zeker van onze veronderstellingen kunnen zijn.

Brands begint over de krekelschool in De kleine Johannes (1885) van Frederik van Eeden. 
De Mey vertelt dat Johannes bij de meester van de krekelschool komt die vertelt dat zijn leerlingen slechts een aantal beperkte zekerheden hebben zoals over de aantal duinen en vijvers in de omgeving, waarop Johannes inziet dat zijn waarheden ook aan beperking onderhevig zijn.

Brands toont een foto van twee zebra’s, althans dat denken we. In werkelijkheid gaat het om geverfde ezels in een Palestijnse zoo. Daar waren de zebra’s omgevallen, zoals doodgaan in het Nederlands schijnt te heten, waarop men ezels in de zebrakleuren schilderde. De Mey wil hiermee aantonen dat de context onze waarneming bepaalt.

Brands noemt het boek Hoedt u voor mensen die het zeker weten van Jan Terlouw. De Mey stelt dat het belangrijk is om de eigen opvattingen te confronteren met die van anderen. Het is leerzaam de twijfel op te zoeken.

Brands doet twee gedachte-experimenten: maakt een vallende boom geluid als er niemand in de buurt is en is een banaan geel in het donker? De kijkers mogen zich op deze eerste Paasdag over de laatste vraag buigen. Op de eerste vraag gaf De Mey het antwoord al.  





  

5 opmerkingen:

  1. "Maakt een vallende boom geluid als er niemand in de buurt is?"
    Filosoof Tim de Mey dacht van niet, maar vond dat die gebeurtenis de potentie had om geluid te maken als er iemand in de buurt is. Ik vindt dat een onbevredigend antwoord. Als je je afvraagt wat geluid is en hoe het komt dat een vallende boom geluid produceert, dan kan je tot een ander antwoord komen.
    Geluid is volgens mij een menselijke ervaring, net zoals de kleur rood.
    Je kunt dus zeggen dat geluid en de kleur rood zonder mensen niet bestaan.
    We weten dat wij geluid kunnen ervaren als het trommelvlies onder invloed van luchtdrukschommelingen met die schommelingen meetrilt. We weten dat wij de kleur rood kunnen ervaren als het het netvlies getroffen wordt door fotonen met een energie van 700 nanometer.
    We weten dat een vallende boom luchtdrukschommelingen veroorzaakt en als je geluid definiert als luchtdrukschommelingen mag je zeker zeggen dat een vallende boom met geluid maakt, ongeacht of daar iemand bij is.

    Als je dat doet, is er wel een probleem, want wij kunnen ook ervaringen hebben van geluid of rood wanneer we dromen of daar aan denken terwijl er helemaal geen sprake is van luchtdrukschommelingen of van fotonen van 700 nanometer en die nemen we dan ook niet waar, maar we nemen wel degelijk geluid en rood waar.
    De vraag is dan wat geluid en rood in je dromen veroorzaakt.

    Fysieke waarneming van luchtdrukschommelingen en fotonen van 700 nanometer, komen door het oog en het oor binnen het brein beschikbaar in de vorm van actiepotentialen; bepaalde neurale activiteiten kunnen die als geluid en rood interpreteren en die zijn op hun beurt ook weer beschikbaar in de vorm van actiepotentialen. Blijkbaar kunnen laatstgenoemde actiepotentialen ook zonder genoemde fysieke waarneming optreden en dit lijkt er te gebeuren waneer wij over geluid en rood denken of dromen.
    Wat je hieruit ook leert, is dat waarneming en interpretatie van die waarneming los van elkaar kunnen voorkomen.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Bedankt voor deze uitvoerige reactie, Bert. Ik neem aan dat iets dergelijks ook gezegd kan worden voor de kleur van een banaan in het donker.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Precies, en hier heb ik als toegift nog wat van dat soort vragen voor die mensen die denken dat zelfbewustzijn een mysterie is.
    Bestaat je 'ik' buiten het tijdvak waarin je stoffelijke wezen bestaat?
    Bestaat je 'ik' als je nog niet weet wat 'ik' betekent?
    Bestaat je 'ik' als je je eigen stoffelijke wezen niet waarneemt, omdat je slaapt of in coma verkeert?
    Bestaat je 'ik' als je droomt?

    Hint: 'ik' is, net als geluid ook een menselijke ervaring, het is de interpretatie van je stoffelijke wezen van de waarneming van je eigen stoffelijke wezen. Zelfreferentie dus. Daarvoor is het nodig dat er iets is dat ervaart, en dat is je stoffelijke wezen. Daarom bestaat je 'ik' niet buiten het tijdvak waarin je stoffelijke wezen bestaat. Daarom bestaat je 'ik' ook niet als je nog niet weet wat 'ik' betekent. Als je dat niet gelooft, lees dan hieronder wat Helen Keller schreef over hoe zij zich haar situatie herinnerde toen ze nog doofstom en blind was en geen taal kende.
    "When I learned the meaning of 'I' and 'me' and found that I was something, I began to think. Then consciousness first existed for me". (Ref. 1)
    Normaal kan niemand zich herinneren hoe men die ik-loze periode van ons leven doorgekomen is, maar zij dus wel.
    Als je je 'ik' echter definieert als de ervaring van je stoffelijke wezen, dan bestaat dat als dat stoffelijke wezen in potentie iets kan ervaren. Daarom verdwijnt je 'ik' samen met de potentie iets te kunnen ervaren bij je dood.

    Referentie
    1. Helen Keller, “The Story of My Life”.
    http://www.percepp.com/keller.htm

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Bedankt voor je referentie, Bert. Na de dood gaat men weer over in de eenheid, die er altijd al was.

      Verwijderen
  4. Rein, 'men' lijkt mij alleen tijdens het leven een zinnig begrip te zijn. Je zou wel kunnen zeggen dat je dood geen betekenis heeft voor de eenheid die er altijd al was.

    BeantwoordenVerwijderen