Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 21 april 2015

Hylke Speerstra over Op klompen door de dessa, VPRO-Boeken, 19 april 2015



Op het eind van het leven komen de verhalen naar boven

De Friese schrijver en journalist Hylke Speerstra heeft zich gespecialiseerd in het opschrijven van levensverhalen. Op klompen troch de dessa gaat over jongemannen die na de oorlog tegen hun zin naar Nederlands Indië gestuurd werden om daar te vechten. Hij kwam bij dit onderwerp toen hij eens op een passagiersschip een oude Fries van rooms-katholieke huize een huiveringwekkend verhaal hoorde vertellen over zijn verleden. Als kind ging hij op klompen naar school, in de oorlog werd hij opgepakt, naar Duitsland gestuurd om daar te werk gesteld te worden en bij thuiskomst door de koningin opgeroepen zich te melden om naar Nederlands – Indië uitgezonden te worden. Hij schoot daar zo’n vijfentwintig à vijftig Japanse krijgsgevangenen dood, verdrong dat in werd in de jaren zestig overspannen. Een pastoor die hij bij terugkomst uit Indië over zijn gewetensnood aanklampte, zei hem dat hij daar nooit meer over moest praten.

Speerstra besloot op grond van deze getuigenis ook andere mannen te interviewen die uitgezonden werden. Dat werden er zo’n twintig à tweeëntwintig, vanuit verschillende geloofsrichtingen, waaruit hij achttien verhalen distilleerde. De mannen waren inmiddels 88 of 89 jaar oud en graag bereid hun hart te luchten, vaak voor de eerste keer.

Wim Brands wil weten hoe goed die mannen zich nog de feiten herinnerden.
Speerstra zegt dat de ideeën daarover van de Friese psycholoog Douwe Draaisma overeen kwamen met zijn eigen ervaringen: op het eind van het leven komt het altijd verzwegene er uit, al is het in fasen, waarbij eerdere verklaringen weer teruggenomen werden. Speerstra moest dan ook verschillende keren terugkomen om een volledig beeld te krijgen. De lastigste vraag was wel naar het geworstel met het geweten. Speerstra noemt het voorbeeld van een scherpschutter die per abuis een kind uit een boom schoot.

Brands probeert zich de boerenjongens voor te stellen die nooit het erf af waren geweest, behalve dan voor de keuring in Leeuwarden.
Speerstra zegt dat ze trots waren op hun uitzending. Dat had te maken met hun religieuze achtergrond. In de gereformeerde streek in Noord-West Friesland luidde de mening dat inboorlingen gekerstend dienden te worden en dat men, zoals Paulus schreef aan de Romeinen, bovengestelden diende te gehoorzamen. Senator Hendrik Algra was in die tijd voorzitter van de Christelijke Jongeren Vereniging en bevestigde hen in hun keuze.

Brands vraagt wanneer de overtuiging van de mannen ging wankelen.
Volgens Speerstra werd er in later jaren veel over gediscussieerd. Het vrijdenken zit in ieder mens, maar wordt al gauw op slot gezet. De vraag wat men er zelf van vond bleef echter terugkomen. De mannen schaamden zich er niet voor dat ze van gedachten veranderd waren.

Brands merkt nog eens op dat mannen voor het eerst over hun ervaringen praatten. 
Speerstra had het gevoel dat ze hem een geheim vertelden, maar hij kreeg wel hun vertrouwen.

Brands typeert Op klompen troch de dessa als een gedetailleerd verslag waarin intimiteiten niet worden geschuwd.
Speerstra komt terug op de man die de pastoor over zijn gewetensnood wilde inlichten, de moeite die hij daar altijd mee gehad had. Zelfs in de laatste uren voor zijn sterven kwam hij erop terug dat hij alleen nog maar een naam had, dat de rest van hem afgenomen was.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen