Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



woensdag 8 april 2015

Theaterrecensie: De kleine oorlog, Valentijn Dhaenens, Toneelschuur, 7 april 2015


De waanzin van de oorlog kan niet vaak genoeg getoond worden

Na de oorlogsfeiten bezien vanuit de visies van generaals en politici kwamen vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw steeds meer de getuigenissen van gewone mensen aan de orde. De oral history maakte opgang. Vorig jaar maakte de Duitse documentairemaker Jan Peter, in het kader van de herdenking van het begin van de Eerste Wereldoorlog een fascinerende internationale coproductie over het enorme leed dat van 1914 tot en met 1918 over de wereld werd uitgestort. Zowel qua inhoud als de vorm waren de getuigenissen van soldaten, verpleegsters en andere betrokkenen indrukwekkend om te zien.

Kan de Vlaming Valentijn Dhaenens daar in zijn eentje nog wat tegenover stellen, daar nog verder aan bijdragen? Zeker. Vanaf de tijd van Atilla de Hun hebben we nog weinig vooruitgang geboekt als het gaat om de manier waarop we conflicten oplossen. In zijn eenmansvoorstelling De kleine oorlog - geproduceerd door SKaGeN en op de flyer als DeKleineOorloG geschreven als een logisch vervolg van de voorstelling DegrotemonD - klaagt hij, onder het motto Hoe zacht en eervol te sterven voor je vaderland, opnieuw de waanzin van het oorlogvoeren aan en heeft daar voor een bijzondere theatrale vorm bedacht.

Als het licht in de bovenzaal van de Toneelschuur afneemt, licht op het projectiescherm, dat het grootste deel van het podium in beslag neemt, een persoon naast een ziekenhuisbed. Verderop staat een telefoon op een kastje en daarnaast horen we een eentonig, zich steeds herhalend gehum. Een voice over leidt het onderwerp in. De stem spreekt over de vrijheid, die zo bijzonder is, vooral voor de leiders met hun goedgebekte grote monden, maar minder voor de soldaten die hun praatjes moeten waarmaken.

Na deze inleiding wordt het bed weggereden en zien we een verpleegster in een kaki kleurig uniform die het bed met daarin een videoweergave van een gewonde man voor het projectiescherm neerzet en op ingetogen wijze het aangrijpende lied Nature boy voor hem zingt, dat als volgt begint:
There was a boy
A very strange enchanted boy
They say he wandered very far
Very far, over land and sea
De waanzin van de oorlog in een lied over het wonder van de liefde. Daarmee kan de voorstelling al niet meer stuk.     

De verpleegster, uitstekend neergezet door Dhaenens, vertelt over haar zware werk in het veldhospitaal, waarin dokters met beperkte middelen experimenten en de kans op overleving niet groot is, de minste kans is er in Rusland, over België weet ze geen statistieken. Het is zo’n beetje het enige grapje dat er af kan in een voorstelling die verder sober en verstild is.

De fascinatie wordt vooral opgewekt door de techniek. Als de verpleegster de gewonde soldaat wil troosten, zien we dat haar hand op het videoscherm naar de borst van de soldaat gaat. Als de telefoon gaat, staat een kloon van de gewonde soldaat op en loopt via het projectiescherm naar de telefoon. Hij zegt tegen zijn moeder dat hij wel weer eens langs komt, maar nog druk bezig is. Hij vertelt niet dat hij een arm mist en blijft na het gesprek op het projectiescherm staan. Het is een actie die verschillende keren herhaald wordt (zie foto van Anne Watthee).

De verpleegster verzorgt de gewonde soldaat op de video die inmiddels twee armen mist en daarmee totaal hulpeloos is. De verpleegster zegt dat de stervenden vaak nog een medaille krijgen die ze dan aan hun voeteneind hangt, zodat ze daar naar kunnen kijken. Het is een voorbeeld van de desolate sfeer waarin de gewonden zo goed en zo kwaad mogelijk overleven. Brieven van geliefden die elders hun heil zoeken versterken dat alleen maar. De lijders aan een oorlogsneurose, shellshock dan wel een post traumatische stress stoornis proberen zich te verweren, maar hoeven bij de verpleegster niet met rechtvaardigingen aan te komen. Een lijkenzak is het enige wat er over blijft. 

Nogal onnodig was de presentatie van Atilla de Hun in een sfeer die vooral de Eerste Wereldoorlog betrof, hoewel in de aftiteling ook vele andere getuigenissen worden genoemd, tot en met een getuigenis van een naar Afghanistan gezonden soldaat uit 2007.  

Op het eind staat Dhaenens alleen op het podium om het applaus in ontvangst te nemen. Dan pas wordt echt duidelijk hoe verbluffend geraffineerd de voorstelling in elkaar zat. Het zou heel wat zijn als politieke beleidsmakers hiermee doordrongen zouden worden van de lichtvaardigheid waarmee men jonge mensen de oorlog in stuurt. Voor je het weet voegen we aan de 120 miljoen slachtoffers van 1914 tot 2014 weer de nodige miljoenen toe.

Hier meer informatie op de site van SKaGeN, hier de site van de Toneelschuur, met daarop een trailer van de voorstelling, hier de documentaire serie, hier mijn bespreking van 14-18 Dagboeken uit de Eerste Wereldoorlog. Ernst Jünger komt daarin als laatste van de dertien geportretteerde personen aan bod, hier het lied Nature boy door de maker Nat King Cole, hier nog mooier vertolkt door Cher.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen