Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zondag 19 april 2015

Recensie: Vechtmemoires (2014), Joost de Vries



Boeiende beschouwingen over het moderne leven

Joost de Vries noemt Vechtmemoire essayboek omdat hij graag wil dat de verschillende essays daarin, anders dan in een bundel, met elkaar te maken hebben. De onderwerpen komen voort uit de belangstelling van een nieuwe generatie. Dat is af te leiden uit onderwerpen als de films van Wes Anderson en televisieseries als Girls. Daarnaast spit hij in het lastig te cultiveren veld van de mannelijke seksualiteit en heeft hij zo zijn gedachten over orde. Op de achterflap staat hij met een stropdas voor, zoals mijn zoon in dat geval ook zou doen.

Gelukkig zijn niet alle onderwerpen onderhevig aan de moderne, verwarrende tijdsgeest. Sommige zaken zijn van langer duur, zoals de kwestie rond ironie. In de twee romans van de jonge Ben Lerner is sprake van een grappig soort zelfrelativering, maar ironie kan minder prettige vormen aannemen als het onkwetsbaar maakt en gevoelens smoort. Thomèse is hier een vertegenwoordiger van. Hij hoort bij een generatie voor wie ironie belangrijk was om zich aan de gevestigde orde te onttrekken, maar inmiddels is men door het verleden is ingehaald. De Vries haalt bloggger Merijn Oudenampsen aan die Thomèse op zijn blog Ooteoote iemand met een generationeel trauma noemt. Grunberg, die de mens als een wolf voor de ander ziet, verschuilt zich als het over morele vraagstukken gaat volgens De Vries achter ironische passages en verschaft ons daarmee ook geen antwoorden op moderne vragen, zoals over de echte man.   

Dat is volgens De Vries niet iemand als de godsdienstige Tiger Woods die na overspel zichzelf in spijt wentelde en ook niet de door Tommy Wieringa beschreven mannenman: ‘…het zijn rotsen in de branding, stoer en eenzaam, zo voldaan op zichzelf dat ze met niemand nog contact kunnen hebben, niet met hun vrienden, hun moeders, hun medepersonages.’
Een antwoord moet van vrouwen komen, zoals de New Yorkse hoogleraar culturele kritiek Katie Roiphe, die controversiële thema’s aankaart over het kerngezin en de mannelijke seksualiteit. Een baard (ik moet meteen denken aan Daan Heerma van Voss) is anders dan vroeger een symbool van uitgestelde mannelijkheid, een geëmancipeerde man is tegenwoordig een feministische man. Verder is het nogal speculatief wat De Vries over de gender neutrale en seksloze man naar voren brengt. Het getuigt mijn inziens van vrijheid dat mensen minder aan een sekserol gebonden zijn, maar meer als individu kunnen bestaan.

Boeiend is het essay Huisgenoten waarin De Vries een experiment aangaat over personages van schrijvers die een kamer toebedeeld kunnen krijgen in een huis in de Amsterdamse Oosterparkbuurt. De kandidaten zijn achtereenvolgens de personages Eleonoor Jansen van Franca Treur, James Dillard van Maartje Wortel, Robbert van Robbert Welagen en Marcel van Merijn de Boer.
De Vries schrijft dat al deze personages distantie gemeen hebben en zet dat af tegen good old James Salter die nog zingeving veronderstelde, een verschijnsel dat in een postmoderne wereld weggevaagd is:
Afstand is de Grote Gelijkmaker. Geen van hen is bezig zijn leven te leiden, diepe contacten te leggen met andere mensen, iets te ondernemen wat iets voor andere mensen betekent. Geen van hen heeft vrienden, geen van hen heeft een gepassioneerde liefde. Het is alsof tussen henzelf en hun leven tientallen kilometers liggen, een onoverbrugbare afstand. Hun navelstreng maakt een lus, en keert weer terug naar hun eigen navel. Ze leven uitsluitend voor zichzelf.’   
Het is een boeiende conclusie en zegt veel over de huidige persoonlijkheid in de tijd van verdergaande individualisering, een verschijnsel dat door de Duits Koreaanse schrijver Byung Chul Han als een list van het moderne kapitalisme wordt opgevat om mensen rustig te houden. Zonder relaties bestaat er helemaal geen vrijheid, constateert ook De Vries.

Het mooiste essay is voor het laatst bewaard. Het heet Vechtmemoires (part deux) en gaat niet over herinneringen aan vechtpartijen met zijn broer Hugo die in het eerste deel beschreven staan, maar over hun reisje naar Waterloo waar ze als stand-ins figureren tijdens de slag die nagebootst wordt met het oog op het tweehonderdjarig jubileum die op 18 juni a.s. gevierd wordt. Joost offert zich op om dood op het slagveld neer te vallen en voelt alleen in het zand weer het geluk dat hij vroeger samen met zijn eerste (Franse) vriendinnetje beleefde. Vechtmemoires (part deux) is een mooie combinatie van algemene en persoonlijke elementen waarin de broers zelfs de oude Kissinger in hartje Parijs, omgeven door bewakers, tegenkomen. Fraai wordt de bril van de machiavelliaanse politicus getypeerd als een tweelingtelevisie.

Vechtmemoires is genomineerd voor de Gouden Boekenuil. Vorig jaar won De Vries die ook al voor zijn roman De republiek. In een kort portret naar aanleiding van zijn huidige nominatie (uitgezonden op Canvas d.d. 14 april j.l.) zegt hij dat hij houdt van essays op het raakvlak van algemene en persoonlijk beschouwing, dat hij verschillen in hoge en lage cultuur langzaam ziet verdwijnen en dat de essays in Vechtmemoires betrekking hebben op de hedendaagse cultuur vanaf het jaar 2000.

Hier mijn verslag van een gesprek dat Chris Kijne met Katie Roiphe had over haar boek Lof van het rommelige leven, hier het boeiende literaire blog Ooteoote, hier mijn bespreking van De republiek.  




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen