Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zondag 4 mei 2014

Vlucht uit Holland (2013), documentaire van Ger Poppelaars



Herbeleving van spannende tocht joods echtpaar te particulier.

In de Tweede Wereldoorlog maakten de joodse ouders van grafisch ontwerper Bau Winkel een reis naar Zwitserland. Die reis was niet vrijwillig. Ze vluchtten in april 1942 voor de Duitsers, die hen steeds meer beperkten. De vader van Bau hield in een dagboek minutieus het verloop van de reis bij en maakte daarbij ook tekeningen. Bau maakt de reis nog eens aan de hand van het dagboek (zie foto). Om beter te begrijpen hoe het in elkaar zat, zegt hij erbij.

Tijdens de documentaire volgt Ger Poppelaars de zoon die in zijn auto op weg gaat. Af en toe komen ook zijn ouders André en Tineke in beeld, die elkaar vlak voor de oorlog leerden kennen en inmiddels zeventig jaar getrouwd zijn. Vanaf de bank geven ze commentaar. Vooral André is aan het woord. Tineke maant hem dat hij zijn glas moet leegdrinken.  

Vanuit Haarlem ging het naar een seminarie in Goirle. Het adres met het huisnummer 22 was hun geluksnummer. Ze werden over de grens geholpen en overnachtten op de hooizolder van een boer in Poppel. De zoon vertelt dat hij hun, met gevaar voor eigen leven, de volgende dag een stukje verder bracht.

Een Hollandse bierrijder had een café net over de Franse grens. Vandaar gingen ze met de trein naar Nancy. Vanwege een politiecontrole namen ze een dieseltreintje naar een voorstad en met een tram gingen ze weer terug naar het centrum.

In Besançon zouden ze geholpen worden door de eigenaar van Hotel de Lion, maar die was opgepakt omdat hij al aan vele andere vluchtelingen onderdak had verleend. De ouders kwamen abusievelijk niet in het hotel aan, maar in de bar, waar men niets van hen wist. Ze werden naar Arbois gestuurd, waar de demarcatielijn tussen bezet en vrij gebied liep. In een groep bereikten ze na een zware en spannende tocht Chanol aan de vrije kant. Daar werden ze gastvrij door een mevrouw ontvangen. Ze bracht hen naar Hotel de Paris in Poligny. De kleinzoon vertelt dat een Duitse vluchteling daar jaarlijks nog zonder vrouw en kinderen terugkomt. Ook Bau neemt zich voor nog eens langs te gaan.

In een internationaal gezelschap vluchtelingen onder leiding van Cohen vertrokken de ouders naar Perpignan. Zelf heetten ze ook Cohen. In 1951 veranderden ze hun achternaam ter wille van de veiligheid van hun kinderen. Het consulaat raadde hen af verder te gaan naar Spanje. De grens zat potdicht. Ze reisden naar Lacaune waar een grootmoeder woonde en namen Eva, een kennis, mee naar het gevaarlijke Lyon, waar Klaus Barbie de transporten voor de joden naar de concentratiekamp regelde. Tien dagen zaten ze clandestien op een zolder. Omdat hun helper niet kwam opdagen, ondernamen ze zelf de tocht door de bloeiende Savoie tot het meer van Genève. Een manke visser bracht hen bij Pension du Lac, dat van een vrouw was wiens man in krijgsgevangenschap zat in Duitsland. Vandaar ging het verder naar de grens.

Op het moment dat André een kerkklok vier keer hoorde slaan, terwijl het in Frankrijk vijf uur was, wist hij dat ze in Zwitserland waren. Het werd hen aangeraden naar Bern te gaan. De Nederlandse generaal Van Tricht vertelde hen daar dat ze opgepakt en teruggestuurd konden worden. Inderdaad werden zij door de politie naar de gevangenis gestuurd, maar de volgende dag weer vrijgelaten. Omdat Eva niet was opgepakt, hadden ze geen contact meer met haar. Vanaf 2 mei verbleven ze in pension Clairmont, daarna ging het naar Versoix. Ze wilden graag naar Engeland, maar konden daar niet naar toe vanwege de verscherpte regels.
Tot oktober 1944 deden ze arbeidsdienst, André op een boerderij, Tineke als hulp in de huishouding. Tenslotte kwamen ze op een tank van de Prinses Irene brigade het bevrijde Nederland binnen.
  
Bau vertelt dat zijn vader na een heupbreuk is overleden. Al eerder kreeg hij bericht van de verpleeghuisarts dat het niet goed met hem ging. Zijn moeder vegeteert nog slechts. Ze is in een rolstoel bij de uitvaart, maar haar tranen zijn opgedroogd. De aftiteling geeft aan dat zij in 2012 overleed.

Tijdens het kijken bekroop me het onaangename gevoel, net als tijdens de documentaire over Ger Lataster, dat het allemaal wel erg particulier werd. Bau Winkel is net zo’n perfectionist als zijn vader: alles verzamelen, alles vasthouden. Hij mag dan meer inzicht gekregen hebben in de spannende reis van zijn ouders, voor een kijker met meer distantie levert zo’n terugblik weinig op.  


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen