Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zaterdag 3 mei 2014

Het jaar erna (2014), uitzending van omroep Max.



Na de oorlog begon pas echt de oorlog

De Tweede Wereldoorlog gooide veel overhoop. De documentaire Het jaar erna werd geproduceerd door Kemna en Zonen en bevat - ondanks de wat vage titel - schrijnende portretten van drie joodse Amsterdammers die vanwege verschillende redenen door de oorlog uit het leven gestoten werden en bij terugkeer van een koude kermis thuiskwamen. Dat men niet met open armen werd ontvangen, is zacht uitgedrukt.

Jaap Soesan (90) zat ondergedoken in Limburg en werd, net als veel andere, uit Duitsland terugkerende dwangarbeiders, bij terugkomst op het Centraal Station bespoten met DDT en ondervraagd over zijn herkomst. Anders dan de dwangarbeiders die naar huis gingen, moest hij een nieuw onderkomen zoeken omdat de jodenbuurt platgegooid was. Met een taxi reed men door de stad. De inwoners waren bedrukt of hadden honger. Soesan hoorde geluiden als: ‘Daar heb je ze weer, ze benne weer terug, ze hadden jullie moeten vergassen,’ die hem erg veel pijn deden. Op het eerste opvangadres sliep hij naast SS-ers. Daarna ging hij naar een opvangcentrum in de huidige Hermitage. Getraumatiseerde kampoverlevenden hamsterden daar voedsel in hun nachtkastjes. Sommigen wilden de joodse eigendommen niet teruggeven. De Duitse overheid kocht de schuld aan de joden voor een schijntje af. Voor de Wet Uitkering Vervolgingsslachtoffers diende men een strenge keuring te ondergaan en te bewijzen dat men leed had ondergaan.

Anita Gans (71, zie jeugdfoto) ging, nadat haar ouders weggevoerd werden, met een half jaar onder de naam Anneke Bezemer naar schatten van pleegouders in Amsterdam Oost, die zelf geen kinderen konden krijgen en verguld waren met hun aangenomen dochter. Ze bleef daar tweeëneenhalf jaar en werd daarna weer door haar eigen ouders opgeëist. Ze kon niet wennen aan haar eigen ouders en haar vijf jaar oudere broer, die vreemden voor haar waren en beleefde daardoor een ongelukkige, eenzame jeugd in de Watergraafsmeer. Met haar weinig hartelijke moeder kon ze niet over haar pleegouders praten. Contact werd niet op prijs gesteld. De pleegouders knuffelden haar echter bij het uitgaan van de school op vrijdagmiddag. Ze waren daar op de fiets naar toe gekomen. Ze vertelde dit onlangs vanwege de documentaire aan haar broer. Ze bezoekt regelmatig het graf van haar pleegouders. Op de grafsteen staan ze als vader en moeder gebeiteld.

Jules Schelvis (93) zat in Westerbork en Sobibor en maakte de uitroeiing van een Pools getto mee, waarover hij nauwelijks kan praten. Terug in Nederland kwam de trein langs Oudenbosch waar een fanfare het volkslied speelde. Omdat hij de enige kampoverlevende in de trein was, vroeg hij een voorrangsbehandeling, maar kreeg die niet. In Amsterdam ging hij met een vrachtwagen naar een opvangpunt, maar hij stapte uit bij zijn oude drukkerij in de buurt van de Oudezijds. De joodse directie was vervangen en de huidige directeur deed erg uit de hoogte. De plaats van Schelvis was ingenomen door een ander. Later kreeg hij via de vakbond alsnog zijn plaats terug, maar hij stapte over naar De Arbeiderspers, omdat de leiding hem niet zinde. De gemeente was ook niet gemakkelijk. Voorschotten voor voedsel moesten terugbetaald als men werk kreeg. Zijn eigen woning was bezet. Hij moest bewijzen dat hij daar gewoond had om een schamel bedrag voor nieuwe meubelen te krijgen. Een verwijzing naar het bevolkingsregister baatte niet. Hij wist de ambtenarij te overtuigen door schroefgaten van het opklapbed in zijn oude woning te tonen. 

Het is fascinerend om de verhalen, , af en toe onderbroken door beelden uit het Polygoonjournaal, van deze vitale overlevenden te horen en belangrijk dat ze worden opgetekend voordat de laatste daarover straks niets meer kan vertellen. Hier de promo op de site van omroep Max.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen