Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



vrijdag 23 mei 2014

Jaap Scholten over Horizon City, Athenaeum Boekhandel Haarlem, 20 mei 2014



Een koffer vol familiepapieren blijkt een bron voor bijzondere verhalen

Horizon City is alweer het negende boek van de Twent Jaap Scholten die tegenwoordig met zijn gezin in Budapest woont. Dit keer geen roman, maar een portret van zijn Twentse voorouders in relatie tot de maatschappelijke en industriële ontwikkeling in Nederland. Zelf noemt Scholten het Een onvolledig en historisch niet noodzakelijkerwijs altijd correct portret van een familie van opgejaagde menisten, grootindustrielen, kleinwildjagers, landhuizenbouwers, collectioneurs, dromers, polygame avonturiers en dappere vrouwen.

Hij kwam op het idee om over deze voorouders te schrijven nadat hij in 2012 in het bezit kwam van een koffer vol familiearchivalia, waarin de opkomst en de ondergang van deze Twentse grootindustriëlen zat opgeborgen. Daaruit stelde hij een collage samen van beeldmateriaal dat hij op het diascherm laat zien, waaronder foto’s, aktes en oude paspoorten. Het is allemaal zo veel dat Scholten af en toe zelf de draad kwijt raakt.

Het verhaal begint bij een brand in 1862, die het toenmalige dorp Enschede in de vlammen legde. Die bood tegelijkertijd kansen voor een wederopbouw met textielindustrie en spoorlijnen. Hierdoor groeide Enschede uit tot een stad. Bij de brand gingen alle familiebezittingen verloren. Alleen een klok veilig werd gesteld onder een mestvaalt en staat nu bij zijn broer, zegt Scholten.

Het huwelijk van zijn ouders hield door hun verschillende culturele afkomst geen stand. Zijn vader was een afgezant van de textielbaronnen uit Enschede, zijn moeder de dochter van machinebouwer Stork uit Hengelo. De sfeer tussen die twee steden verschilde hemelsbreed door de herkomst van de industrie: eigen kapitaal in Enschede versus vreemd kapitaal in Hengelo, laag opgeleide werknemers in Enschede versus hoogopgeleide in Hengelo. De textielindustrie was gegrondvest op de agrarische sector. Eerder liep er in het dorp veel vee rond dat, vaak op een slee omdat het zo zwak was, naar de schrale weiden in de omgeving werd gebracht. Vandaar dat men weefgetouwen aanschafte om bij te verdienen.

Scholten toont een foto van zijn bet over over grootmoeder, die met 34 jaar weduwe was en met zeven kinderen achterbleef. In de koffer zaten zo’n zeventig brieven die zij op een mannelijke toon, zoals Scholten dat noemt, schreef aan haar kinderen. Zij had een doopsgezinde achtergrond en stamde af van de liberale kant van de Mennonieten, die zich onder andere in Twente vestigde terwijl de conservatieve stroming vanwege de vervolgingen naar Noord-Amerika vertrok. Doopsgezinden waren vrijdenkers met een strenge discipline, waardoor ze geen schuldbekentenissen hoefden te tekenen. Hun onberispelijke levenswandel stond garant voor eerlijkheid. Om dichter bij het paradijs te zijn, liepen ze naakt. Ze leenden geen geld en trouwden binnen de eigen groepering, binnentrouw genoemd. Scholten herkent deze sfeer. Zij eerste, deels autobiografische, roman Tachtig werd twee jaar lang in de ban gedaan.

Zijn bet overgrootvader Jan Willem Kayser brak met die binnentrouw. Hij liep in 1848 weg uit Enschede en meerde aan op een schip in Rotterdam. Nadat hij ontdekt werd in Shanghai, kreeg hij toestemming om de zeevaartschool te bezoeken, waarna hij als kapitein op Indië voer. Hij verdiende bij door zelf ook lading te vervoeren. Nadat zijn vrouw en dochter op Java aan malaria waren overleden, trouwde hij met een vrouw die Malle Pietje wordt genoemd. Op hun huwelijksreis leden ze schipbreuk en belandden op een onbewoond eiland, alwaar zijn overgrootmoeder Rebecca verwekt is.   

Zij zijn er nog veel meer verhalen en bijzondere familieportretten, met als belangrijkste dat van zin oom Chuck die in 1913 de eerste Harley Davidson importeerde, samenwerkte met antonie Fokker, een vliegwinkel had op Fifth Avenue, vijf maal trouwde, twee keer multimiljonair was maar berooid stierf. Verschillende keren wil Scholten over zijn tante Anna beginnen, maar Boer Stork, zoals een buitenbeentje van de familie genoemd wordt en uit de familie gezet werd omdat hij een Duits kindermeisje van zijn kleinkinderen trouwde, is haar voor. Deze Boer bereidde door zijn onverzettelijkheid de weg voor zijn kinderen in het verzet tegen de Nazi’s. Diens dochter Anne stond een intelligente vorm van verzet voor en gaf het gedicht De achttien doden van Jan Campert aan Geert Lubberhuizen van De Bezige Bij, de illegale uitgeverij, van wie zij ook de naam verzon. Scholten dineerde met het inmiddels 93- jarige familielid Ankie in Den Haag, die hem vertelde over haar verzetsdaden die ze samen met Anne uitvoerde. Ze brachten joodse kinderen die in Amsterdam opgepakt gingen worden met de trein naar het dorp Lemelen. Tenslotte komt toch Anna Scholten nog om de hoek kijken. Zij gaf een dadaïstisch tijdschrift uit, werd verliefd op een KNO-arts en verbannen naar een sanatorium in Davos, maar niet gebroken. 

Volgens Fleur Kief is Horizon City niet een anekdotisch boek alleen. Ze schrijft op de site van Athenaeum Boekhandel dat Scholten ook op zoek was naar de verhouding die hij met zijn familie had. Zijn worsteling was terug te voeren is op tegenstrijdige kenmerken van de doopsgezinden, zoals onafhankelijkheid en gemeenschapszin en het schrijven van Horizon City hielp hem die tegenstrijdigheid te begrijpen. Het is wel te hopen dat het boek een stamboom bevat want mij duizelde het af en toe met al die generaties.

Hier de recensie van Fleur Kief over Horizon City.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen