Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



donderdag 29 mei 2014

Reza Aslan over De zeloot, Doc Talks, 26 mei 2014



De historische Jezus is een ander dan de bijbelse

Chris Kijne heeft godsdiensthistoricus, filosoof en schrijver Reza Aslan op bezoek omdat zijn boek De zeloot – Het leven van Jezus van Nazareth en de geboorte van een religie - een bestseller in de Verenigde Staten - inmiddels in het Nederlands is vertaald.

Aslan was negen jaar toen hij met zijn gezin uit Iran naar de Verenigde Staten vluchtte. Hij was een belijdend moslim maar wilde daar niet voor uitkomen in een tijd dat de islam vanwege de gijzeling van Amerikanen in Teheran in opspraak gekomen was. Tijdens een evangelisch jeugdkamp op zijn vijftiende raakte hij gefascineerd door het verhaal van Jezus, dat hij helemaal niet kende. Hij bekeerde zich en begon de nogal conservatieve leer te verkondigen.

Op Harvard leerde hij dat er een verschil bestaat tussen de bijbelse en de historische Jezus. Aslan was meer geïnteresseerd in de tweede, omdat de mens toegankelijker is dan de God, die immers een veilig vangnet biedt voor alle problemen. De uitspraak van Mattheus (10:34) dat Jezus niet gekomen is om vrede te brengen maar het zwaard, duidt erop dat we met een complexe persoon te maken hebben. Dat wilde Aslan in zijn boek benadrukken.

De historische Jezus is een jood die het judaïsme preekte aan andere joden. Als hij sprak over de messias bedoelde hij niet God, maar de opvolger van koning David. Dat was een revolutionaire uitspraak in een tijd waarin godsdienst en politiek niet gescheiden waren en de Romeinen de macht hadden in Palestina.

Aslan wilde Jezus in de joodse context van zijn tijd plaatsen. Er waren veel andere predikers die populairder waren dan Jezus maar de laatste overleefde de anderen door zijn biografie als arme ongeletterde boer met veel charisma die een beweging begon die gevaarlijk was voor de bestaande Romeinse orde en op de tweede plaats omdat hij een sociale leer verkondigde die haaks stond op de toenmalige waarin de rijken, waaronder ook de joodse priesters, als eersten het koninkrijk zouden binnen gaan.

Kijne wil graag weten hoe de christenen deze man tot God konden bombarderen.
Aslan zegt dat de evangeliën mythologieën zijn, achteraf geschreven door joden in het Grieks voor een Romeins publiek. Pas in het evangelie van Johannes wordt Jezus, anders dan bij de drie eerdere evangelisten, voor het eerst zoon van God genoemd. Dat is na de verwoesting van de tempel in Jerusalem. Om de Romeinen voor zijn denkbeelden te winnen moest Jezus minder joods en minder revolutionair gemaakt worden en mochten de Romeinen niet verantwoordelijk gesteld worden voor zijn dood. Daarom waste de in wezen wrede Pilatus zijn handen in onschuld. Ook de keuze van het volk tussen Jezus of Barabas is fictie. De ontjoodsing van Jezus diende ervoor dat de joden verantwoordelijk gesteld konden worden voor diens dood.

Natuurlijk kwam er kritiek uit christelijke hoek op zijn visie waarin de goddelijkheid van Jezus werd afgenomen, maar Aslan vindt de mens Jezus veel meer bijzonder. Ook de opstanding is niet per definitie een ahistorisch feit aangezien de volgelingen van Jezus hem na diens dood nog hebben gezien. Dit maakte van een kleine beweging een van de grootste religies.

Aslan geeft toe dat we weinig weten van de historische Jezus, behalve dat de joodse historicus Flavius Josephus over Johannes vertelt en hem de broer noemt van Jezus die hij niet nader aanduidt, waarmee gezegd waardoor dat Jezus een bekend figuur was.
Volgens de Duitse theoloog Rudolf Bultmann kijkt men in een spiegel als men de persoon Jezus bestudeert en ziet men vooral zichzelf, maar Aslan meent dat zijn twintigjarige onderzoek Jesus het meest dichtbij brengt als hij was. Ook zonder christen te zijn kan men zijn voorbeeld volgen. Zeer ideeën over het aanpakken van de machtigen zijn nog geheel niet verouderd.   

Hier een kritische recensie, maar die is dan ook van een student aan een priesteropleiding. Hier een bespreking van Maarten ’t Hart vanuit zijn moestuin.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen