Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



maandag 5 mei 2014

Leven in niet vanzelfsprekende vrijheid (2012), essay van Liesbeth Noordegraaf



Zeg mij hoe u over vrijheid denkt en ik zeg u wie u bent

Liesbeth Noordegraaf-Eelens, zoals ze voluit heet (Antwerpen, 1973) schreef in samenwerking met Martijn van der Steen en Paul Frissen en in opdracht van het Nationaal Comité 4 en 5 mei een essay over vrijheid. Onlangs sprak Lex Bohlmeijer haar namens De Correspondent over haar essay. Zijn opmerkingen neem ik in mijn bespreking meteen mee.

Noordegraaf vergelijkt vrijheid en onvrijheid met gezondheid en ziekte. Een gezond mens weet niet goed wat het is om ziek te zijn en zal zich niet zo hard inspannen om aan zijn gezondheid te werken. Die neemt zijn eigen gezondheid voor lief. Dat geldt ook voor de vrijheid. Een Nederlander haalt al gauw zijn schouders erover op. Zo’n houding kan tot overmoed leiden. Een gezond mens kan andersom ook doodsbang worden om ziek te worden. In een vrij land kan deze houding tot een verlammende angst leiden om de vrijheid kwijt te raken. Bohlmeijer vat het verschil in houding samen tussen argeloos en overbezorgd.

Leven in en met vrijheid vraagt om het schipperen tussen een bewustzijn van onvrijheid en de angst de vrijheid te verliezen,’ schrijft ze dan ook. Deze uitspraak levert tegelijk de nodige vragen op betreffende de (on)vrijheid in de toekomst en de (on)vrijheid elders in de wereld. Wat het eerste betreft is onze vrijheid niet in gevaar en dat is problematisch zoals hier voor al gesteld werd, wat het tweede betreft opent onze vrijheid de ogen voor plaatsen in de wereld die deze vrijheid niet kennen. In ieder geval blijkt eruit dat vrijheid een relationeel begrip is en altijd over de verhouding tussen individu en gemeenschap gaat.

Noordegraaf onderzocht de lezingen op 5 mei op deze relatie en noemt bijvoorbeeld de lezing van Carl Niehuis uit 2008 waarin hij 5 mei koppelt aan 4 mei. Hiervandaan is het een kleine stap naar de filosoof Isaiah Berlin die negatieve vrijheid van positieve onderscheidde. In het eerste geval is men vrij van handelen, in het tweede geval vrij tot handelen. Bohlmeijer noemt het verschil tussen beide opvattingen een identiteitskwestie. Noordegraaf beaamt dit. Erachter schuilen heel verschillende veronderstellingen over mens en maatschappij. Tijdens discussieavonden over haar essay bleek dit duidelijk.

Ze onderscheidt vier varianten over het vrijheidsbegrip, waarbij vanuit het individu dan wel de institutie gekeken worden en dan ook nog vanuit een eenduidigheid of meervoudigheid.
Als vrijheid in alle tijden en op alle plaatsen geacht wordt hetzelfde te zijn, dan is er
sprake van eenduidigheid. Als vrijheid in alle tijden en op alle plaatsen
juist een eigen invulling krijgt, dan is er sprake van meervoudigheid.
Op elk niveau noemt ze twee vertegenwoordigers. In het gesprek met Bohlmeijer zegt dat het hierbij om ideaaltypen gaat, waarvoor in alle vier gevallen wel wat te zeggen is.

Op het individuele niveau komt eerst Hanna Arendt aan bod. Zij stelde dat alle individuen gelijk zijn in hun verschil. Opvattingen over vrijheid manifesteren zich in het publieke debat, dat nooit af is maar steeds opnieuw gevoerd moet worden. Kant kwam met zijn universeel geldende categorische imperatief dat men een ander niet moet aandoen wat men zelf niet wil worden aangedaan. Het universele karakter die hij aan zijn uitspraak meegaf werd teveel een keurslijf.

Van de kant van de institutie is er het liberalisme dat de vrije markt voorstaat waarin ieder zijn verlangens kan nastreven. Dit idee dat Adam Smith in zijn Wealth of the nations verkondigde, werd aangevuld met The theory of moral sentiments , waarin Smith deugdzaamheid bepleitte. Claude Lefort tenslotte spreekt over de lege plek van de macht in de democratische rechtsstaat. Vanwege de grondwet, scheiding der machten en een parlement waarin men strijd om de macht plaatsvindt en men aftreedt als men niet voldoende steun krijgt, is de vrijheid redelijk verzekerd.

In alle vier ideaaltypische gevallen blijven er vragen over de manier waarop de vrijheid gehandhaafd wordt. Bij Arendt kan de onzekerheid omslaan in een behoefte aan duidelijkheid, Kant is wel erg star in zijn opvatting over de moraal, die in onze maatschappij ver te zoeken is, Smith zou geschrokken zijn van de grote graaiers en politici hangen graag aan het pluche. 

De kernvraag luidt volgens Noordegraaf: hoe over vrijheid te spreken als we de vanzelfsprekendheid ter discussie willen stellen, zonder dat de angst voor onvrijheid overheersend wordt.

Het antwoord zit in wederkerigheid en variëteit, nodig om de vrijheid te handhaven. Pas als we bereid zijn de ander ruimte te geven en die ook te krijgen is er sprake van vrijheid. Zowel zwijgzaamheid over vrijheid als overmatige aandacht doen de vrijheid geen goed. Omdat vrijheid een gevarieerd begrip is, is het ook een bron van conflict:

Vrijheid is geen eenduidig object, waarvan de status en eigenschappen in een debat
uitgediscussieerd kunnen worden. Vrijheid is ambigu, veelvormig en
object van verschillende interpretaties. De tegenstellingen verdwijnen niet
in het gesprek, maar worden daarin juist meer zichtbaar, scherper en meer
expliciet. De boven besproken vrijheden van mens, macht, moraal en markt
– die als clusters van verschillende vrijheidsbegrippen kunnen worden
gezien – verhouden zich op een ambigue wijze tot elkaar. Aan de ene kant
zijn zij complementair, ze vullen elkaar op elementen aan. Door vanuit
deze verschillende waardegeladen referentiekaders vragen te stellen over
de vrijheid, laat de vrijheid zich vanuit meerdere perspectieven zien.
Dat klinkt aangenaam: ‘vanuit meer kanten kijken, om een rijker beeld
van vrijheid te construeren’. Maar dat beeld blijkt vervolgens niet zonder
praktische gevolgen. Het stellen van deze vragen maakt duidelijk dat vrij
heid een gevarieerd begrip is. Dat is een bron van conflict tussen vrijheden.

Dat stelt eisen aan de discussie erover zoals ruimte voor onbegrip en kwetsbaarheid. Dat vormt een waarborg tegen activisme en absolutering. In het gesprek met Bohlmeijer erkent Noordegraaf dat ze zelf niet weet of ze voorrang geeft aan de vrijheid in het gesprek of aan de wederzijdsheid. Als filosoof kiest ze voor het eerste, als pragmaticus voor het laatste.

Helaas blijft de vrijheidsopvatting van Noordegraaf erg formeel. In de wereld van vandaag zijn vele gevaren die de vrijheid bedreigen zoals onlangs het schandaal van de NSA en de grote macht van multinationals, die de sociale ongelijkheid in stand houden en zelfs vergroten. Onze stem dreigt vermalen te worden in het geweld van de machtigen. Haar keuze voor de politieke theorie van het liberalisme is daarom nogal eenzijdig. Dit gezegd hebbende verduidelijkt het essay wel het complexe vrijheidsbegrip en verdiept het ons denken, juist op een dag als vandaag, waarin we ruimte geven en nog steeds krijgen om onze eigen ideeën te ventileren.   
 
Leven in niet vanzelfsprekende vrijheid is uitgegeven door de NSOB, de Nederlandse School Openbaar Bestuur

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen