Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



woensdag 14 mei 2014

Vertalersgeluktournee 2014, Athenaeum Boekhandel Haarlem, 13 mei 2014




Vertalen is als schoonmaken

De vertalers van de twintig romans van de longlist voor de Europese literatuurprijs toeren weer door het land, op weg naar Amsterdam waar aan het eind van de maand de shortlist bekend zal worden gemaakt. Gisteravond deden drie van hen Haarlem aan: Pietha de Voogd, Gerda Meijerink en Inge Kok. Na hun voordracht leidt NRC recensente Toef Jaeger een gesprek, maar vertaalster en organisator Andrea Kluitmann verricht eerst de aftrap.

Moeten vertalers eigenlijk wel zichtbaar zijn? vraagt ze. Ze toont een bezem op het scherm en zegt dat vertalen net is als schoonmaken: je ziet het alleen als het niet goed gedaan is. Ze knoopt daar een vermakelijke voordracht aan vast over een geliefd jeugdboek van Karl May met Winnetoe en Old Shatterhand, waarin zij ook figureerde, maar helaas onzichtbaar.

Gerda Meijerink begint al even grappig. Ze zegt dat hun plaats naast elkaar achter een tafel tegen de muur bijna letterlijk hun onzichtbaarheid weergeeft., Ze gaat verder in op de roman F van de Oostenrijker Daniel Kehmann, die eerder succesvol was met Het meten van de wereld. Dat laatste boek werd vertaald door Jacques Vogelaar maar omdat die toen al ernstig ziek was, nam Meijerink zijn taak over. Omdat F nog niet af was, kreeg ze steeds nieuwe versies. Kehlmann leverde die gelukkig op een duidelijke manier aan. Het voordeel was dat ze getuige was van het schrijfproces. De roman gaat over Arthur Friedland en diens drie zonen. Eric is een vermogensbeheerder met twee secretaressen, een jonge en een oude met een knotje. Meijerink vond dat knotje teveel en was blij dat Kehlmann in een latere versie zelf dat knotje had weggehaald. Ze was slecht te spreken over de tekstklaarmaker die zijn of haar werk wel erg goed wilde doen en veel overbodige verbeteringen aanbracht. F is geschreven in glashelder, licht proza, maar ze had problemen met de termen rond Rubiks kubus, waar een andere zoon Martin, een ongelovige priester, aan verslaafd is. Tijdens de presentatie van F in Nederland vroeg ze Kehlmann daarover. Hij had ook kritiek gehad van een kenner van de kubus. Ze besloten het maar zo te laten, er van uit gaande dat kubusfanaten geen romans lezen en omgekeerd. Vertalen is volgens Meijerink, die nauwelijks kan ophouden met praten over haar vak, vooral een kwestie van veel doen en ook spreken met anderen om de eigen keuzen te expliciteren. F werd door een recensent een filosofische pageturner genoemd.

Inge Kok wilde, na de nominatie van Leven na leven van Kate Atkinson graag meedoen met het tournee en vertellen over haar beroep dat ze buitenshuis kan uitoefenen, ook tijdens een cruise naar de Amazone, zoals ze op het scherm laat zien. De afgelopen vijfentwintig jaar heeft ze veel verschillende genres onder handen gehad, waaronder werk van Jenny Diski. Leven na leven is een filosofisch denkexperiment over een vrouw die het leven steeds weer opnieuw mag beginnen tot het goed gaat. Het verhaal is geschreven vanuit verschillende perspectieven, waaronder een kat. Hoofdpersoon Ursula Todd is een bankiersdochter die in 1910 eerst dood wordt geboren en aan het eind van de Eerste Wereldoorlog moet voorkomen dat ze bezwijkt aan de Spaanse griep. Kok toont de eerste zinnen van het boek op het scherm waarin veel inhoudelijke onduidelijkheden voorkomen. Omdat het boek, net als F, nog in de maak was, had ze geen context om zich op te baseren. Daarbij komt dat schrijvers soms het eerste hoofdstuk als laatste schrijven. Diski is daarvan een goed voorbeeld.

Pietha de Voogd meent dat ze als vertaler ook meerdere levens heeft en demonstreert dat aan een vertaling van een boek van Beppe Fenoglio (1922-1963) dat ze, net als de boeken van Paolo Giordano, samen met Mieke Geuzebroek vertaalde. Tijdens een gastcollege over de eerste bladzijde van een vertaling van Fenoglio kwam ze op een beter woord, zodat de publicatie moest worden uitgesteld. Ze gaat in op de stem van genomineerde roman Het menselijk lichaam van Giordano die eerdere furore maakte met De eenzaamheid van de priemgetallen. De stem die uit het boek spreekt wordt opgebouwd uit de verschillende stemmen van de personages. Omdat het verhaal gaat over Allesandro, een Italiaanse legerarts in Afghanistan, moesten de vertalers eerst het jargon leren kennen. Op de sociale media vonden ze de nodige informatie van Nederlandse soldaten die uitgezonden werden naar Afghanistan. De Voogd geeft voorbeelden van de verschillende stemmen van een bullebak van een kapitein, die zijn rakkers voorbereidt op een patrouille, de verteller en de legerarts. Volgens De Voogd is vertalen steeds weer nieuw en ontregelend, een ontdekkingsreis door de krochten van de menselijke ziel én de taal. Ze besluit met de opmerking dat vertalen meer is dan het omzetten van woorden. Het is een kunstvorm, hetgeen een uitdaging inhoudt en een geluk. Dat sluit mooi aan bij het citaat van vertaler Saenz die Kluitmann eerder op het scherm projecteerde. Die stelt dat een vertaling, of de vertaler wil of niet, altijd diens wereldbeeld weerspiegelt of het gebrek daaraan.

Toef Jaeger start met de vraag of een boek leuker is om te vertalen als men het boek zelf boeiend vindt en krijgt bevestigende antwoorden.
Verder gaat het over de valkuilen van het vertalen zoals in geval van dialect, humor en ironie. Soms helpt het om in overleg te treden met de schrijver.
Ook komt de mate van vrijheid ter sprake die een vertaler zich mag veroorloven. De Voogd zegt dat elk boek anders is, maar vindt dat een vertaler het niet te gek moet maken. Kok merkt dat ze in tweede instantie vaak bij de brontekst kan blijven en wil vooral het taalregister handhaven, Meijerink leerde dat Unsinn tegenwoordig bij jongeren bullshit heet en geen flauwekul, maar dat Wahnsinn wel genoeg waanzin genoemd wordt. Allen vinden de interne consistentie van een vertaling belangrijk.
Een vrouw in de zaal merkt op dat de roman vooral lekker moet lezen, waarop De Voogd zegt dat de stijl van een boek soms als zand tussen de raderen was, hetgeen ze dat dan ook weergaf. Dit werd gelukkig herkend door de critici. Tenslotte komt W.F.Hermans nog om de hoek kijken. Zijn vertaling van Wittgenstein wordt slecht genoemd en zijn eigen boeken zijn nauwelijks in het Duits vertaald omdat hij het allemaal beter wist. 

Hier de volledige longlist in De Groene Amsterdammer.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen