Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zondag 24 juni 2012

Recensie: Ada (2009), Vladimir Nabokov


Weelderig proza als een struik met vele knoppen

‘Nirvana, Nevada, Vaniada. Tussen haakjes, ik moet er niet bij zetten, mijn Ada, dat onze mummie pas bij ons laatste onderhoud, na mijn premature, althans pre-maman-tuée, nachtmerrie over ’You can, sir ’ mijn petit nom bezigde, Wanja, Wanjoesja – dat had ze nooit eerder gedaan, en het klonk zo raar, zo ted… (stem ebt weg. radiatorbelletjes tinkelen).’

Aldus de eerste zin van het laatste hoofdstuk Ada in De Amerikaanse romans 1969-1974. Je komt bedrogen uit als je denkt dat je na zo’n zeshonderd bladzijden de springerigheid van Nabokov wel kent, zijn uitweidingen, zijn gebruik van allerlei talen door elkaar heen, zijn verwijzingen naar andere, veelal Russische, schrijvers. Mij was niet altijd alles duidelijk. Het boek schreeuwt om herlezing, om nog dieper in de rijkdom door te kunnen dringen.

De allereerste zin begint met een verkeerde aanhaling van de uitspraak van Tolstoj dat alle gelukkige gezinnen op elkaar lijken, waarmee Nabokov volgens een noot van de vertaler (René Kurpershoek) verkeerde vertalingen van Russische klassieken op de hak neemt. De lezer wordt vaker op het verkeerde been gezet. Vooral in het nogal cryptisch begin. Als ik de noten raadpleegde stond mijn vraag naar de betekenis van bepaalde termen, zoals in het citaat waarmee ik opende, er nooit bij. Als ik het boek daarvoor echter opzij had gelegd, dan had ik een fascinerende romance en een adembenemend zinnelijke liefde gemist van de zelfbewuste jonge Iwan (in spreektaal: Van) met een groot libido voor het bloedmooie, karaktervolle meisje Ada.

‘Gloeiende gutsen zonlicht snelden over haar zebrastrepen en de rugzijde van haar blote armen, en leken hun reis te vervolgen door de tunnel van zijn eigen gestel.’

Het boek opent met een stamboom. Het is dan ook een familiekroniek, zoals de verteller zelf in het vijfde en laatste deel schrijft, waarin hij op het eind de feiten nog eens samenvat.
De liefdesgeschiedenis speelt zich af in een aristocratisch milieu. In het Amerikaanse landhuis Ardis gaat het er nogal decadent aan toe temidden van een hele rits butlers en gouvernantes, die zich ook niet onbetuigd laten. De zusjes Aqua en Marina Durmanow zijn in het huwelijk getreden met de neven Daniël en Demon Veen, maar Aqua heeft al snel het loodje gelegd. Hun nazaten Van (geb. 1870) en Ada (geb. 1872) beleven aan het eind van de negentiende eeuw incestueuze avonturen met elkaar, waarbij ook Ada’s zusje Lucette (geb. 1876) betrokken raakt.
Nabokov beschrijft onverbloemd over hun erotische toenadering, maar ook heel bloemrijk, hetgeen een verademing is bij de plastische beschrijvingen, die je tegenwoordig vaak tegenkomt.

Iwan (Van dus) schrijft zijn memoires als negentig jarige zowel in de ik-vorm als meer afstandelijk in de hij-vorm, bijgestaan door Violet Knox.

‘Hij was een zeer trage schrijver. Het kostte hem zes jaar om de eerste versie te schrijven en aan juffrouw Knox te dicteren, waarna hij het typoschrift herzag, het geheel opnieuw uitschreef (1963 –1965) en het hele geval opnieuw aan de onvermoeibare Violet dicteerde, wier welgevormde vingers in 1967 de definitieve kopij uittikten.’

In het vierde deel volgt nog een filosofische verhandeling over de aard van de tijd, vlak voordat hij als vijftiger Ada in Zwitserland ontmoet na de dood van haar man.

De inmiddels stokoude Ada breekt af en toe in en ook de bezorger geeft commentaar waardoor er gelaagdheid ontstaat. Door alle toespelingen en woordspelingen (onder andere tijdens een partijtje scrabble tussen Ada en Van) hou je aan dit uitbundige proza een feestelijk gevoel over. Het verhaal schiet heen en weer in de tijd, wendbaar van het een naar het ander, als een filmcamera die heen en weer zwenkt. Het klatert en bedwelmt. De lyrische toon is net zo kleurrijk als die van de vogels die Ada met alle aandacht schildert. Een klassieker die, om het zo maar te noemen, na veertig jaar nog recht overeind staat.

Deze recensie verscheen eerder op de site van literairnederland. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen