Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



maandag 3 april 2017

Thomas Möhlmann over Ik was een hond, VPRO Boeken, 2 april 2017


Dichter verbindt zich met de wereld

De vierde dichtbundel van Thomas Möhlmann (1975) is heel anders dan de vorige drie. Hij maakt zich zorgen over de wereld en slaat een weg in naar een meer bewoonbare toekomst.

Alle vogels slaan hun vleugels op: 'niet om te willen/vliegen, maar uit pure schrik'. In een tijd waarin steden zinken en buitenwijken branden, kan de dichter niet langer verwonderd aan de zijlijn blijven staan. Gesterkt door een leger van illustere voorgangers en hedendaagse inspiratiebronnen, schrijft Möhlmann zich in zijn vierde dichtbundel een weg naar een bewoonbare toekomst. Familie, liefde, politiek: alles van waarde weert zich. Aldus Google Books.

Jeroen van Kan vraagt hem naar het verschil met de eerdere bundels.
Möhlmann antwoordt dat de eerste drie bundels een eenheid vormden en dat deze vierde bundel faliekant anders is, omdat hij begon vanuit een mentaliteit, waarin hij contact legde met de wereld om hem heen en daardoor nieuwe ontdekkingen deed.
Niet eerder schreef hij zo direct op wat hij wilde zeggen. De bundel is daarom bozer, juichender en ook minder gestileerd dan de andere drie.

Van Kan merkt over het lange openingsgedicht Ik was een hond op dat het programmatisch is voor de rest van de bundel, omdat de ik plaatsmaakt voor een wij.
Er volgt een mooie voorlezing van het gedicht dat Möhlmann zelf karakteriseert met de woorden: It goes!  

Waar we precies vandaan komen is aan het oog onttrokken en waar we eindigen is onbekend, maar 'we leven nog, alles wat je denkt, alles wat / je wilt, kunnen we wat mij betreft nu nog worden.’ Andermaal geciteerd uit Google Books.

Je wordt alles en eindigt ergens, zegt Möhlmann tegen Van Kan. In de metafoor schuilt hoop. Hij wilde niet meer in zijn eentje al het werk doen, maar zocht de gezamenlijkheid, het wij, een directe verbinding met de wereld. Eerder bewerkte hij zijn ervaringen meer, stileerde hij zijn zelf beleefde wereld, maar nu ervaart hij meer vrijheid, ook om het allemaal niet zo perfect te maken. Hij weet niet hoe dat straks verder gaat. In ieder geval zit het tweede deel van de bundel alweer strakker in de vorm. Het ploeteren in een onzekerheid kan ook omslaan in lelijkheid.

Van Kan vergelijkt het met een foto waaruit de lelijke kanten worden geretoucheerd.
Möhlmann zegt dat fabriekspijpen er ook mogen zijn.

Van Kan gaat nader in op het tweede deel waarin de gedichten beginnen met een wij en gevolgd worden door een actief werkwoord.
Inhoudelijk heeft Möhlmann daar in alfabetische volgorde figuren bij gezocht die voor hem op dat moment van belang waren, zoals familieleden, politieke partijen, schrijvers en muzikanten. Hij schreef een gedicht over Radiohead terwijl hij naar een nummer van de groep luisterde, maar schreef ook wel gedichten in de stijl van een dichter, die hij voor ogen had.

Hier het titelgedicht, voorgelezen door Möhlmann op YouTube.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen