Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



vrijdag 14 april 2017

Theaterrecensie: Onschuld, De Roovers, Toneelschuur, 13 april


Wrange sketches schreeuwen om een andere manier om met schuld om te gaan

Na de uitzinnige voorstelling Alsemkomt over het leven aan de maatschappelijke onderkant op basis van een tekst van Eugène O’Neill, tappen De Roovers met Onschuld van Dea Lohrer uit een heel ander vat, maar dat smaakt zeker niet minder goed. De tekst van Lohrer haakt net als die van O’Neill aan bij het sociaal realisme, maar kent daarnaast een absurdistische en poëtische strekking, die de uitgebeelde werkelijkheid een diepere laag geeft en het kijkspel tot een fascinerende ervaring maakt.

Dat laatste komt ook door de collage vorm. In negentien scènes horen we vanuit verschillende oogpunten over de aspiraties van door het leven gebeukte en aan schuldcomplexen lijdende mensen in de moderne westerse maatschappij. Daarbij springen de visie van twee illegale Afrikanen, een aan diabetes lijdende, negatieve vrouw in een rolstoel en een filosofe die al haar boeken heeft verbrand op De onbetrouwbaarheid van de wereld na, meteen in het oog, maar ook de inbreng van de anderen, zoals een goedwillende, blinde paaldanseres en een nette christelijke vrouw die vergeving vraagt voor misdaden die ze niet heeft gepleegd, trekken de aandacht.

Het is verrassend dat de scènes, net zoals in verhalenbundels waarin de verhalen met elkaar te maken hebben, in elkaar grijpen, waardoor er steeds meer samenhang ontstaat, die tenslotte op het eind culmineert in een evaluatie waarin ieder zich kan uitspreken over de eigen wensen. Die van de suikerpatiënte in de rolstoel was al wel duidelijk. Om de haverklap riep ze dat ze het liefst een pompbediende zou zijn die de boel in de hens zou laten vliegen.

Onschuld opent met een wanhopige roodharige vrouw die tegen een donker geschubd zeegordijn haar jurk uittrekt en een sprong maakt. Haar plaats wordt overgenomen door Elisio en Fadoul, twee illegale Afrikanen die zich juist op het strand buigen over hun toekomst als ze de verdrinkingsdood van de vrouw gewaar zijn. Vooral Elisio laat de wanhoopsdaad niet los. Hij kan zich niet voorstellen dat iemand in het rijke westen zich van het leven beneemt. Fadoul is minder met de onbekende vrouw bezig. Hij vindt een tas met geld die hem goddelijke aspiraties geeft. Hij wil daarmee de blinde paaldanseres een nieuw gezichtsvermogen geven.

Kijken en bekeken worden vormt een belangrijk thema in de voorstelling. Dat geldt niet alleen voor de blinde danseres die zich graag door mannen laat bekijken, maar ook voor alle anderen die ons een blik geven in hun levens, waarin slachtofferschap en daderschap nauw met elkaar verbonden zijn. Fraai wordt dat uitgewerkt in een scène waarin de ouders van een vermoorde dochter samenkomen met de moeder van een zogenaamde dader. De gevoelens ontlopen elkaar niet veel: de wanhopige vader schreeuwt het uit dat hij zijn dochter niet weerbaarder heeft gemaakt tegen de wereld, zijn vrouw kan alleen maar kotsen en de moeder van de ongeboren zoon zoekt troost. Ook in de scène tussen de suikerpatiënte en haar dochter Rosa (zie foto van Stef Stessel) is dat thema te herkennen. De kettingrokende Suiker wenst na veertig jaar bij de posterijen geen verantwoordelijkheid meer voor haar leven te nemen en geeft haar lot in handen van Rosa, die liever een kindje zou hebben met haar man. Deze heeft echter hele andere aspiraties en wel in de vorm van het vertroetelen van de doden.

De sobere wijze waarop de scènes in hun vorm gegoten worden en de overlap waarmee ze elkaar opvolgen geeft nog meer kracht aan de voorstelling. Het doorzichtige gordijn schept daarbij een achtergrond vanwaar bijvoorbeeld door de groep commentaar gegeven wordt op een zelfmoordenaar, die op een dak van een flat staat. Men roept hem op om eindelijk eens te springen zodat hun leven door kan gaan. Zijn sprong lijkt tussen haakjes een kopie van de sprong van de vrouw in zee in de eerste scène.  

Gelukkig is er te midden van alle rampspoed ook veel humor, zoals uit de mond van Suiker, die bot om zich heen slaat en zich zelfs in haar rolstoel verheft om haar schoonzoon het hoofd te bieden. Sterk ook is de uitstraling van de blinde danseres en hoekige motoriek van de filosofe, die op het laatst alleen nog maar losse woorden kan uitbrengen, gefrustreerd in haar verlangen om het leven te delen met haar man die echter als edelsmid meer oog heeft voor zijn blinkende metalen. De wrange sketches schreeuwen om een andere manier om met schuldbesef om te gaan. Van dat soort pogingen kunnen er nooit genoeg zijn.

Hier meer informatie, waaronder foto’s en informatie over de gastspelers op de site van De Roovers, hier mijn bespreking van Alsemkomt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen