Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 3 december 2013

Recensie: Jeuk (2004), Saskia de Coster



Sprookjesachtig verhaal over een gefnuikte liefde

Te midden van alle bedreigingen voor de mensheid is er altijd het gevaar van een epidemie. De uitbraak van gevaarlijke virussen was vroeger ten tijde van de pest een groot probleem en nog steeds. De dreiging blijft, of het nou om het Ebola-virus gaat of andere virussen die resistent blijken tegen antibiotica en hele mensenmassa’s van het leven kunnen beroven.

Saskia de Coster neemt ons in haar tweede boek na haar debuut Vrije val mee in een tijdloos verhaal waarin ratten een dodelijke ziekte overbrengen, die veroorzaakt wordt door een tropische vrucht. Ze schetst het drama in een sprookjesachtige ambiance op een kasteel aan de rand van een stad. Daarin woont een koning met zijn zestienjarige zoon Carl en met Boris, zijn onafzichtelijke bastaardzoon die in de kelder zit.

De twee zoons gaan de strijd aan om de hand van de tienjarige Ada die in de stad woont, van rijke komaf is en alvast verloofd is met Carl. De koning zelf laat zich ook niet onbetuigd. Als er brand is uitgebroken in de stad, waarbij de ouders van Ada omgekomen zijn, nodigt hij het meisje uit om in de kasteeltoren te komen wonen. Zelf heeft hij directe toegang tot haar slaapkamer.

Daarnaast is er nog een oom, een oude generaal die met nogal wild met klei werkt en de troonsopvolging van Carl het liefst ziet mislukken, zodat hij zelf op de troon kan komen. De machtstrijd wordt echter verdaagd door een aanval van ratten die vanwege voedselschaarste vanuit de stad het kasteel in komen. Boris weet, geassisteerd wordt door een dikke rat die hem leidt, tenslotte de plaag te bedwingen door te zorgen dat de ratten elkaar opeten. Als beloning mag deze machtswellusteling van de koning Ada gaan lesgeven. Ze raakt daarbij echter blind en stom, waarna Boris wordt weggestuurd uit het kasteel.  

In hoofdstukken die beurtelings vanuit Carl of Boris geschreven zijn en waarbij Boris de de ik figuur speelt, blijven de verhoudingen lang spannend omdat er weinig wordt uitgelegd. De sadistische doortrapte Boris, die graag anderen laat verongelukken en zich verkneukelt over andermans misère, staat tegenover een goedmoedige en beleefde kroonprins.

De toon is nogal geëxalteerd vooral waar het Boris betreft als hij bijvoorbeeld zijn megalomane plannen ontvouwt:
‘Ik ben gek. Ik ben gek, want de bastaardzoon van de koning hoort gek te zijn. Ik ben gek omdat ik met Rat in de ondergrond zit te wachten. Ik ben gek omdat ik wil zijn als Rat. Gek zijn is een ziekte. En tenslotte koestert iedereen zijn ziektes, om er uitvoerig over te kunnen vertellen. Ik doe het nog meer dan een ander, omdat ik op alle gebieden de anderen overtref.’  

De grote creatieve energie waarin De Coster haar fantasie alle kanten uit laat waaieren is vermakelijk in heeft dit smakelijke maar ook nogal naargeestige verhaal, waarin de scènes met de ratten bijna voor jeuk zorgen, al is het niet ingaan op de jeuk voor Boris een manier om gevoelloos te worden voor pijn.

Hoewel de overdadige fantasie een geloofwaardige afloop van het verhaal niet ten goede komt, zit de lezer daar niet eens zo mee als die bij het laatste woord EINDE gekomen is. De levendige fantasie van De Coster over de twee koningskinderen heeft hem of haar zo bij de kladden gepakt dat hij of zij Jeuk met een tevreden gevoel dichtslaat. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen