Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



donderdag 12 juni 2014

Helene, een vrouw tussen liefde en kunst (2010), documentaire van Leo de Boer



Geloofstwijfel leidt tot grote kunstverzameling

Met de vrouw tussen liefde en kunst wordt Helene Kröller – Müller bedoeld, die er openlijk een tweede (platonische) liefde op na hield en een grote kunstverzameling opzette, te zien in het Kröller Müller museum op de Hoge Veluwe. Door de lange correspondentie met haar vriend Sam van Deventer - vanaf 1918 tot aan haar dood, soms meerdere keren per dag - weten we veel van haar leven en innerlijke roerselen. Eva Rovers schreef een biografie over haar en vertelt ons in haar lieve zuidelijke tongval over deze grote Nederlandse dame.

De twintig jaar jongere Van Deventer heeft de vierduizend brieven altijd bewaard in een ijzeren (schat) kist. In haar dagboekje, dat ook in de kist zat, vertelt ze over de geloofscrisis waarin ze rond haar vijftiende terecht kwam. Ze kon niet meer geloven in de onfeilbaarheid van de bijbel. Helene groeide op in Düsseldorf. Omdat het met het familiebedrijf niet goed ging, trouwde Helene met Anton Kröller. Haar ouders zagen in hem een goede partij om hun overslagbedrijf veilig te stellen. Ze verhuisde naar Rotterdam en werd de vrouw van, zoals dat heet, met vier kinderen, waaronder de oudste Helene junior, in een grote villa en veel vertoon van rijkdom.

Haar zoektocht naar de plaats van het geloof in haar leven kwam uit bij de kunst die troost bood. Via haar dochter Helene kwam ze terecht bij kunstbeschouwer Brenner, die stelde dat kunst emotie moest overbrengen en een spirituele ervaring teweegbrengen. Met Brenner ging ze naar Parijs om werken van Van Gogh te kopen.

Helene jr. zette een hockeyclub op en daar speelde ook Van Deventer. Haar vader Anton
nam diens examen af van de handelsschool en bood hem een baan aan in zijn bedrijf. Om de baan dichterbij te brengen vroeg Helene hem te komen logeren. Vanaf 1908 werkte Van Deventer in Rotterdam en daarna kreeg hij een post aangeboden in Bremen. Tussen de twee ontvlamde een passie die Helene niet kon beantwoorden. Ze voerde een tweestrijd tussen verstand en gevoel, zegt Rovers. Anton voelde zich door de zielsverwantschap tussen de twee niet buiten spel gezet.

In Florence raakte Helene begeesterd door de toren van de Palazzo Vecchio, die door een koopman was gebouwd. Ze wilde graag dat Anton aan Berlage de opdracht gaf zo’n toren ook voor hen te bouwen op de Hoge Veluwe. Tijdens de Eerste Wereldoorlog zette ze zich in voor de slachtoffers in een ziekenhuis in Luik. Net als Van Gogh ging ze daar het leed begrijpen, de noodzakelijkheid ervan. Ze ervaarde dat de erkenning daarvan rust gaf. Ze begreep dat goed en kwaad met elkaar samenhingen in onze tijdelijkheid. Vanwege de winsten die Müller & Co door de oorlog boekten, kon Helene kunst blijven kopen.   

De man van de dochter van Helene junior, Noor van Andel, vertelt dat Helene jr. slecht met de situatie kon omgaan. Ze wilde Van Deventer niet meer ontmoeten. Zijn vrouw Hedwig die wel eens op Sint Hubertus logeerde, beaamt dat haar moeder daar nooit aanwezig was, maar wil daar niet over praten. Wel over het doek De clown van Renoir dat altijd achter haar grootmoeder hing.

In 1917 kreeg Berlage de opdracht om een museum op de Hoge Veluwe te ontwerpen. Het moest een kathedraal van de kunst worden, met in het midden een Van Goghzaal. Omdat hij echter een meningsverschil met Helene kreeg over de bouw van St. Hubertus, weigerde hij deze nieuwe opdracht. Helene vond een andere architect en pakte het groots aan met stenen die uit Duitsland kwamen. Vanwege de schulden van Müller & Co moest het project echter stopgezet worden. Helene klopte aan bij de Nederlandse Staat die bijsprong op voorwaarde dat de hele kunstcollectie werd ondergebracht in het museum. Door middel van een werkgelegenheidsproject werd het museum afgebouwd. De ziekelijke Helene had nog een flinke vinger in de pap bij de inrichting.  

Hier de teaser.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen