Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zondag 29 juni 2014

Het internaat (1973), documentaire van Kees Boomkens



In een star patroon waarin men zichzelf niet kan zijn.

In Het internaat, een documentaire uit 1973 met de ondertitel 50 jongens tussen de twaalf en de achttien jaar, een gouverneur en een directeur begeeft Kees Boomkens zich naar het Protestants Christelijk Internaat in Culemborg, dat op de eerste plaats bedoeld is voor studieredenen. Directeur Brunt wordt bijgestaan door zijn vrouw en een gouverneur. Hij vertelt dat zij veel zonen krijgen van artsen en tandartsen die weinig tijd hebben om zich met de opvoeding van hun kind te bemoeien en die daarom vanwege matige studieresultaten op de lagere school door hun vrouwen worden aangemeld.

Boomkens spreekt met hem en enkele jongens indringend over het leven in het internaat. Hij is niet te beroerd om door te vragen en aldus de betekenis van het communale leven op de ontwikkeling van jongeren vast te stellen. Daar tussendoor zien we beelden uit de eetzaal, de studiezaal, de recreatiezaal en om te beginnen de slaapzaal. In november 1973 bevinden zich daar steeds enkele jongens, maar dat komt omdat het weekend is en dat de meeste jongens naar huis gaan.

Boomkens ondervraagt een jongen over zijn heimwee, die in het begin erg was, maar nu wel weer meevalt. Hij moet dit weekend op het internaat blijven omdat hij twee onvoldoendes op zijn rapport had. Een andere jongen, die al drie jaar op het internaat zit, zegt dat hij bij zijn intrede erg stoer deed, maar toch zijn ouders met lede ogen zag vertrekken. Huilen lukte niet, waarschijnlijk omdat hij het teveel probeerde weg te drukken. Hij vertelt dat nieuwelingen worden afgeknepen, d.w.z. dat men rotopmerkingen maakt of hen aftuigt, vooral als ze een grote mond hebben. Hij doet er ook aan mee, want vroeger was hij zelf een slachtoffer ervan. Oudere jongens hebben privileges ten opzichte van de jongeren. Voordeel van het internaat is de studievoortgang, nadeel het starre patroon, de regelmaat, waardoor hij zichzelf niet kan zijn. 

Een jongen die met Wim wordt aangesproken zegt dat hij zich op de worstelmat in de garderobe kan uitleven. Over moeilijkheden praat men niet met elkaar, vooral vanwege schaamte. Hij praat ook niet met de directeur. Hij is bang voor Brunt die de straffen uitdeelt.
Een jongen van zestien vertelt over de stoere verhalen op de slaapzaal, bijvoorbeeld over een meid die een van hen in de vakantie gepakt heeft. Zelf heeft hij verkering met een meisje van veertien maar praat daar niet veel over. Hij werd op zijn twaalfde door zijn ouders voorgelicht na een ruzie op school over de vraag of ouders met elkaar naar bed moeten om een kindje te krijgen. Hij doet niet mee aan het afknijpen, dat vindt hij zielig.

Brunt denkt dat de jongens hem streng vinden, maar weerstand bieden is niet erg. In belangrijke gevallen kunnen ze wel bij hem terecht. Het zou kunnen dat ze zich afreageren door te stoeien op de mat in de garderobe. Afknijpen vindt hij bedenkelijker. Tijdens bepaalde vergaderingen kunnen de jongens hun grieven en wensen kwijt. Dan heeft hij meer oor voor hen dan in de dagelijkse omgang. Hij vindt de opmerking van Boomkens dat hij slaat niet terecht. Zo vaak komt dat nou ook weer niet voor. Het is niet ongezond om af en toe zijn handen te laten wapperen. Boomkens wekt bij hem het inzicht dat het natuurlijk ook met hemzelf te maken heeft, met zijn eigen behoefte aan orde en veiligheid. Hij durft niet meer vrijheid aan uit angst dat het uit de hand loopt. Vrije opvoeding is vaak gebaseerd op gemakzucht. Het is moeilijk de juiste verhouding te vinden tussen orde en vrijheid. Zoals het gaat vindt hij het het beste.  

Zie ook The making of them uit 1984. Hier mijn verslag en een link naar het eerste deel van deze documentaire die over Engelse, wat jongere jongens gaat. Hier een korte, maar erg mooie herinnering aan Kees Boomkens die in 1985 op 46 jarige leeftijd op vakantie in Frankrijk aan een hartaanval overleed. 

2 opmerkingen:

  1. In mijn tijd op het internaat 1956-1959 werd er door H. Zweers de toenmalige directeur eveneens een streng beleid gevoerd. Ook dhr. Zweers sloeg de jongens.
    Overigens waren het niet alleen artsen kinderen maar ook kinderen van ouders die in het buitenland werkten, die op het internaat woonden.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Heer Zweers kon heel hard slaan -met een rieten stok? Wie was niet bang voor hem, slechts de eindexamen kandidaten HBS revolteerden eens, was een echte opstand!

    BeantwoordenVerwijderen