Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zondag 16 juli 2017

Thomas Verbogt en Erik Bindervoet over Wim Brands, VPRO Boeken, 4 juni 2017


Poëzie kanaliseert de onrust van een dichter

Naar aanleiding van het verschijnen van de Verzamelde gedichten en het vriendenboekje Alles komt goed praat Jeroen van Kan met Thomas Verbogt, de vaste redacteur van het werk van de een jaar geleden overleden Wim Brands en met dichter en vertaler Erik Bindervoet. Daarnaast laat hij ook nog twee fragmenten zien - de ene over een dakdekker, de andere over een eenzame uitvaart – uit zijn voordracht in de Nacht van de poëzie 2014.

Verbogt karakteriseert de gedichten van Brands (1959-2016) als een licht mengsel van verwondering en verontrusting, geschreven in een toegankelijk ritme, eenvoudig, een eenheid vormend maar wel gevarieerd. Hij noemt Brands een belangrijk dichter, die oog had voor het avontuur in het leven van alledag.
Van Kan voegt daaraan toe dat K.L. Poll, de hoofdredacteur van het Hollands Maandblad waarin Brands op negentienjarige leeftijd debuteerde, zijn werk omschreef als rudimentair anekdotisch.
Bindervoet merkt op dat Brands bijna geobsedeerd leek door dieren. Dichten was zijn geheime project, want een dichter leidt volgens Bindervoet een dubbelleven. Brands bleef trouw aan zijn eigen stem, die steeds beter ging klinken.
Verborgt voegt daar nog aan toe dat Brands dichten een belangrijke bezigheid vond. Hij was daar altijd mee bezig. Hij werkte snel en wilde meteen over het resultaat communiceren.
Bindervoet herinnert zich dat Brands een aantal vellen papier op de tafel van de redactie wierp en meteen wilde weten wat men ervan vond.

Verbogt merkt op dat Brands ergens bij probeerde te horen om zich niet alleen te voelen.
Bindervoet zegt dat hij een journalistieke blik combineerde met een dichterlijke kijk. Grote woorden storen niet omdat ze zoals in het gedicht over de dakdekker in een alledaagse omgeving zijn gezet. Bindervoet leest een gedicht voor met een mooi binnenrijm. Later nam Brands daar meer afstand van en prevaleerde de eenvoud.

Van Kan zegt dat zijn werk versnipperd raakte en dat de eerste bundel Inslag (1985) zelfs niet meer te krijgen is, al was Brands daar toch al niet zo tevreden over. Van Kan vraagt aan Verbogt of hij daar in Verzamelde gedichten rekening mee hield.
Verbogt antwoordt dat hij de verzamelbundel, waaronder ook gedichten staan die niet eerder in een dichtbundel gepubliceerd waren, samenstelde samen met Monique Edelschaap, de echtgenote van Brands en dat ze sommige gedichten opzij legden om andere nog een tweede maal te beoordelen. Een samensteller moet streng zijn om Wim in zijn meest zuivere vorm te laten zien. Als vaste redacteur van Brands sprak hij af in een niet al te gezellig café. Ze praatten daar over de definitieve versie van een bundel, waarbij Brands gemakkelijk de wijzigingen van Verbogt accepteerde omdat hij vertrouwen in zijn redacteur had. Van anderen kon hij dat minder gemakkelijk hebben en met een negatieve recensie kon hij in zijn maag zitten. Verbogt leest het gedicht De jas dat indrukwekkend van eenvoud is en gecompliceerd van thematiek. De verhouding met zijn vader was een moeilijke.

Van Kan zegt dat hij K. Schippers bewonderde maar niet ergens bij hoorde.
Volgens Bindervoet was Brands eenzelvig, niet te vangen.

Van Kan vraagt of Brands last heeft gehad van het feit dat hij ook presenteerde.
Verbogt zegt dat hij het vermoeden wel eens uitsprak dat men dacht dat hij een BN er was die zo nodig ook een dichtbundel moest uitgeven terwijl het andersom was. Als dichter van Eenzame uitvaarten kon Brands goed troosten. Wellicht had hij zelf behoefte aan geruststelling. Poëzie kanaliseerde zijn onrust net als zijn grote bedrijvigheid.  

Hier mijn verslag van Brands met poëzie, met daarin een link naar de voordracht van zijn laatste bundel ’s Middags zwem ik in de Noordzee.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen