Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 11 juli 2017

Miriam Rasch over Zwemmen in de oceaan, Nooit meer slapen, 7 juli 2017


Ineen groeien van fictie en non-fictie biedt nieuwe mogelijkheden

Miriam Rasch is filosoof en literatuur wetenschapper en debuteerde onlangs met een essaybundel onder de titel Zwemmen in de oceaan: Berichten uit de postdigitale wereld, waarin ze de invloed van de nieuwe technologie in het alledaagse leven onderzoekt. Pieter van der Wielen ondervraagt haar voor de verandering niet over haar boek, maar laat haar een viertal kaartjes trekken met vragen daarop. De rubriek heet niet voor niets Open kaart. Desalniettemin komen we wel wat te weten over de inhoud van het boek. In een link heb ik voor mensen die daar meer over willen weten, nog een link naar een beschouwing van Carel Peeters (VN, 4 juli) opgenomen.

Van der Wielen vraagt of Rasch zich nog wel bewust is van de veranderingen die in korte tijd over ons heen gespoeld zijn.
Rasch antwoordt dat ze vroeger altijd een doos had waarin ze kaarten en briefjes bewaarde die herinneringen bevatten aan gebeurtenissen die ze had meegemaakt en dat die doos niet veel voller wordt omdat de meeste uitnodigingen en aankondigingen tegenwoordig digitaal gaan. In twintig jaar is er veel veranderd in ons leven. Dat was voor haar aanleiding voor een onderzoek.

Van der Wielen vraagt of we iemand echt zouden kennen die zichzelf volledig kenbaar maakte in filmpjes.
Rasch zegt dat extreme transparantie een illusie is, omdat de binnenwereld van zo iemand buiten beschouwing gelaten wordt.

Van der Wielen vraagt hoe het is om tegenwoordig op meerdere plekken tegelijk te kunnen zijn.
Rasch antwoordt dat het zowel vervelend is, bijvoorbeeld als men met iemand zit te eten die zijn of haar smartphone steeds raadpleegt, maar dat het anderzijds heerlijk is om contact te hebben met soortgenoten terwijl men alleen thuis voor de televisie zit.

Van der Wielen wil weten wat haar studenten aan de Hogeschool van Amsterdam daarvan vinden.
Rasch heeft ontdekt dat er veel verschillen zijn tussen de studenten wat betreft hun omgang met de nieuwe media. Sommigen gebruiken die niet, anderen zijn eraan verslaafd. Ze houdt ervan de laatsten te provoceren door te vragen of ze dood zouden gaan als ze een dag de smartphone thuis zouden laten.

De eerste kaart betreft de vraag naar haar levensmotto.
Rasch vindt dat een moeilijke vraag. Ze heeft wel principes die ze probeert na te leven, zoals niet te snel opgeven en verantwoordelijk zijn. Vroeger hanteerde ze het motto dat men, behoudens de laatste keer, ergens niet dood aan gaat, hetgeen haar hielp om spannende dingen te doen.

De tweede kaart gaat over de eerste dode die ze zag.
Dat was haar oma, zij was toen zelf zestien jaar oud en durfde niet goed te kijken.

De derde kaart vraagt naar hetgeen ze later worden wil.
Rasch zegt dat ze vroeger beroemd wilde worden, maar tegenwoordig vindt ze het schrijven van essays een heerlijke taak, temeer omdat het onderscheid tussen fictie en non-fictie kleiner wordt.

Tenslotte wordt haar gevraagd of ze goed kan samenwerken.
Rasch vindt dat men dat aan haar collega’s moet vragen, maar ze kan zich heerlijk onderdompelen in het alleen werken, terwijl ze het ook met haar collega’s wel naar haar zin heeft. 

Hier de recensie van Carel Peeters in Vrij Nederland.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen