Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zaterdag 15 juli 2017

Het universum van schilder Eugène Brands (2003), documentaire van Tineke de Groot


Vernieuwende schilder ging altijd zijn eigen weg

Tineke de Groot (Hoofddorp, 1946) die eerder als omroepster daarna als programmamaakster werkte, maakte een boeiend portret van de Nederlandse schilder Eugéne Brands (1913-2002), die kort deel uitmaakte van Cobra maar toch vooral zijn eigen weg ging, wars van roem en eer. De autodidact kreeg langzaam erkenning, onder andere van Beatrix die werk van hem opnam in een tentoonstelling ter gelegenheid van het einde van haar koningschap.

Verschillende personen helpen De Groot om een beeld te krijgen van Brands, die vooral getroffen was door de mysterie van de kosmos en dat uitdrukte in grote kleurrijke werken. Naast zijn vrouw Tooske, zijn dochter Eugènie en galeriehoudster Cora de Vries is dat vooral kunsthistorica Willemijn Stokvis, al ontbreken ook collega’s Karel Appel en Jan Sierhuis niet.

Brands werd geboren in Zandvoort, leerde daar ook zijn vrouw kennen en deed een opleiding als reclame ontwerper in Amsterdam, maar dat bleek al gauw geen geschikte weg voor hem te zijn. Tooske vertelt dat haar man veel tekende en, geïnspireerd door het surrealisme, objecten maakte van voorwerpen die hij op het strand vond. In 1939 leidde dat tot een expositie in Zandvoort. Helaas wilde een kunsthandel in Amsterdam geen tekeningen van hem kopen, waarop hij begon te schilderen.

De oorlogsjaren die zij ondergedoken in Amsterdam doorbrachten, waren een sombere tijd, maar het schilderen van Afrikaanse maskers inspireerde hem. Hij maakte ze ook zelf, zegt Tooske. Daarnaast experimenteerde hij ook met taal. Uiteindelijk koos hij voor het schilderen omdat dat meer ruimte bood aan het magische. Na de oorlog maakte hij zich los van het negatieve. Hij noemde zich een geboren optimist en werd sterk beïnvloed door de gedachte dat wij deel uitmaken van de oneindige kosmos en steeds in verandering zijn. Eugenie weet nog hoe gefascineerd haar vader was door de landing op de maan. Hij keek de hele nacht naar de televisie en maakte daarna zelf een schilderij over deze gebeurtenis.

In 1946 kreeg hij van Sandberg een zaaltje in het Stedelijk om zijn objecten, waaronder een beschilderde pannendeksel, dat een kosmisch lichaam voorstelde, uit te stallen.
Karel Appel maakte kennis met zijn werk en ging meedoen. In zijn huis luisterde hij ook naar de vele jazzplaten die Brands had. De ingang die Brands had bij Sandberg leidde tot een tentoonstelling van Cobra in 1949 in het Stedelijk. Onenigheid tussen de samenstellers, die zich tegen de burgerlijke kunst verzetten, leidde tot veel commotie waarop Brands de groep verliet en anderen naar Parijs vertrokken. Stokvis zegt erbij dat Cobra pas in 1965 de nodige erkenning kreeg.

Eugenie werd de inspiratiebron voor haar vader die op een bovenetage van hun huis in het centrum Amsterdam werkte. Tooske vond het wel eens eenzaam beneden, maar Brands werkte het liefste in stilte. Tooske vertelt dat hij altijd met de achtergrond begon en dat het schilderij daarna langzaam ontstond. Stokvis noemt Chagall-achtige elementen en herkent ook de invloed van De Kooning in zijn grote doeken, maar noemt het werk van Brands ijler. De Vries is vooral gefascineerd door de olieschilderijen die hij bij gebrek aan geld voor linnen in de jaren vijftig op papier maakte. Ze herkent ook de okergele banen die verwijzen naar de kleur van strandschermen uit zijn jeugd.

Later in zijn atelier in Nunspeet kon Brands grotere doeken maken dan in Amsterdam en dat deed hij graag. Brands stimuleerde zijn dochter om te tekenen en bewaarde haar schilderijen. Hij exposeerde het liefst bij hem in de buurt en vond het niet erg om weinig te verkopen. De Vries verbaast zich over de lage prijzen die hij voor zijn werk vroeg. Zijn laatste atelier was in Zuid Frankrijk, waar hij tot op hoge leeftijd collages maakte. Eugenie heeft de laatste gouache op de ezel die nog van Constant Nieuwenhuys was, laten staan.   

Hier de site van de Stichting Eugène Brands.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen