Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 28 december 2010

Recensie: Leer ons stil te zitten, Tim Parks



Waar hoofdpijn in het bekken toe kan leiden!

Je zou zeggen dat een schrijver iemand is die stil kan zitten, maar Tim Parks zegt van zichzelf dat hij voortdurend beweegt, ook vroeger op school. Hij kreeg door de leraar wel eens een krijtje naar zijn hoofd geslingerd. Misschien heeft zijn zittende beroep de problemen veroorzaakt waarover dit boek, dat verluchtigd is met boeiende en verklarende foto’s, handelt. Het kan niet goed zijn om enkel aandacht te hebben voor de geest en hetlichaam te verwaarlozen. Ik vermoed dat het lichamelijke bij Engelsen meer dan bij andere Europeanen een taboe is, wellicht ook door de Victoriaanse tijd, waarin ze gevangen zaten.
Bij Tim Parks klinkt de reserve voor het eigen lichaam door in zijn angst om de eigen polsslag op te meten in verband met een lichamelijke test. Zoals hij in het voorwoord zegt, diende men in het leven carrière te maken en te sparen voor de dag dat het vleselijke vat versleten zal zijn en begint te lekken. Bij Parks gebeurt dat ook nog voortijdig, in het begin van zijn vijftiger jaren. Door prostatitis moet hij zo vaak uit bed dat hij zichzelf op een nachtdier vond gaan lijken. Zijn verslechterde gezondheidstoestand beïnvloedt zijn schrijven. Over Cleaver, de hoofdpersoon in Buitenbereik en Albert James uit Dromen over zeeën en rivieren zegt hij: ‘De personages in mijn romans werden ook steeds manischer en in zichzelf gekeerd.’

De toenemende pijn in zijn onderlichaam noodzaakt hem om op zoek te gaan naar een dokter, maar tenslotte kwam hij terecht in een gebied waar hij zelf in het geding is. Aldus leren wij de domineeszoon, die met een Italiaanse getrouwd is, in Verona woont, hardloopt en kayakt kennen op een manier die niet in zijn romans of andere nonfictie-werk te benaderen is. Parks durft het taboe op lichamelijkheid aan de orde stellen in een waargebeurd verhaal, zoals hij de categorie proza noemt waaronder dit boek valt. Hij is daarbij in het geheel niet zwaar op de hand, maar openhartig en hilarisch. Dat laatste al tijdens onderzoeken waarbij hij moet plassen en dat niet kan en zelfs niet weet of hij plassen moet.
Langzaamaan begrijpt hij dat zijn klachten psychosomatisch van aard zijn. Tijdens een werkbezoek aan India wendt hij zich tot de ayurvedische geneeskunst. Die staat ver van hem af, maar brengt wel een schokeffect teweeg.
Zoals een literator past, wendt hij zich tot de literatuur om ook de ziektebeelden van anderen te begrijpen. ‘Kan een pijnlijke blaas een manier zijn om trouw te blijven? vraagt hij zich af naar aanleiding van uitspraken van Thomas Hardy, die jonge vrouwelijke bewonderaars op afstand hield. Later trekt hij over zichzelf en over Coleridge dezelfde conclusie, namelijk dat het niet werkt om de ene vorm van spanning te verjagen met de andere, met kayakken in zijn geval.

Een ontspanningsboek uit Amerika, getiteld A Headach in the Pelvis zet hem aan een taak die niets met het aaneenrijgen van woorden te maken heeft, maar alles met het waarnemen van zijn lichamelijke zelf. Door daarnaar te luisteren merkt hij dat hij een en al spanning is en ontdekt hij twee ikken in zichzelf: de literator en de lijder. Als er iets om hem heen gebeurt, dreunt de eerste meteen een recensie op. Van het een komt het ander: shiatsu behandelingen worden gevolgd door een tiendaagse Vipassana-meditatie, omdat hij rechtop wil lopen en eind wil maken aan zijn geestelijke strijd.
De nobele stilte die hij leert kennen, doet hem denken aan wat Samuel Beckett over taal gezegd heeft, namelijk dat die onwerkelijk is en dat nadenken schade toebrengt aan de geest.
Het is hilarisch hoe Parks goeroe Coleman beschrijft die de meditatie leidt, een onooglijk dikke man, maar het veel compassie. Parks vraagt zich af wat hij tijdens een persoonlijk onderhoud tegen de man moet zeggen. Hij weegt het effect van zijn woorden op Coleman en denkt daarbij aan zijn denkbeeldige dankwoord na het winnen van de Bookerprijs, dat hij niet hoefde uit te spreken omdat de prijs aan een ander werd toegekend. Het is niet in de haak dat een schrijver erkenning zoekt, zoals ook schrijver Robert Walser tijdens een lichamelijke verkramping ondervond.

‘Ik bleef aan Walser denken door deze raadselachtige kwestie van jezelf presenteren, van de aandacht op jezelf willen vestigen en tegelijkertijd de aandacht niet op jezelf willen vestigen, maar bovenal dat je niet wilt dat anderen zien dat je de aandacht op jezelf wilt vestigen.’
Parks concludeert dat elke uiting een vorm van welbehagen is, maar in tegenstelling tot de pessimistische Beckett vindt hij het leven mooi en zegt dat ook tegen Coleman. Hij is aanvankelijk teleurgesteld over het gesprek en ook over het feit dat Coleman op de laatste dag de christelijke barmhartigheid benadrukt, omdat Parks hierin een geliefde preek van zijn vader over Paulus hoort. Uiteindelijk is hij blij dat hij de meditatie heeft volbracht. Hij heeft het genot gekend van een ruimte die niet met betekenis is doordrenkt.

Omdat Parks in dit fascinerende boek aandacht schenkt aan
bekkenbodemoefeningen, laat ik hieronder een recensie over De kracht van het bekken volgen die ik eerder elders publiceerde.

1 opmerking:

  1. Ik zag Parks vanmorgen op televisie in een herhaling van het programma Boeken. Mooi om deze voormalige scepticus te horen praten over zijn ervaringen en over de shiatsutherapeut die niet gestudeerd had maar toch feilloos de pijnlijke plek op zijn voet vond en wist dat hij over water droomde. Dat er toch mensen zijn die liever een operatie ondergaan dan naar hun lijf te luisteren, heeft ermee te maken dat angst en scepcis dicht bij elkaar liggen. Alleen vreemd dat de Vipassana retreat als kuur wordt vertaald.

    BeantwoordenVerwijderen