Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



maandag 30 april 2018

Conducting Boijmans (2015), documentaire van Sonia Herman Dolz


Mooi portret van een museumdirecteur

Sonia Herman Dolz (Madrid, 1962) maakt boeiende documentaires die verder gaan dan de gebruikelijke informatie die over de televisiekijker wordt uitgestort, al is dat vandaag niet moeilijk gezien het niveau waarop de kijker wordt aangesproken. In ieder geval voegt Herman Dolz iets toe aan onze kennis en inzicht in het leven. In 2010 maakte ze All my tomorrows waarin ze kijkje neemt in de wereld van kanker, in 2012 volgde ze twee personen die hun sporen op balletgebied verdiend hebben en inmiddels hun kennis en kunde doorgeven aan een nieuwe generatie. In Conducting Boijmans (ik schrijf de naam van de kunstverzamelaar, die aan de basis stond van het museum met een ij in plaats van de y die ook vaak gebruikt wordt) volgt ze museumdirecteur Sjarel Ex en zijn zeer diverse bezigheden.

Sjarel spreekt al meteen van een Gesamtkunstwerk, waarin allerlei elementen, zoals gebouw en de 70.000 werken uit de collectie waarvan er zo’n vierduizend opgesteld staan, meespelen om het museum tot een succes te maken. Hij vergelijkt het museum met een instrument waarop dat hij tijdelijk mag bespelen. Hij hoopt dat anderen zijn toon overnemen, maar kan zich ook voorstellen dat die weer andere tonen benadrukken. Het museum biedt zeer gevarieerde mogelijkheden. Bepaalde kamers in het museum halen het totaal nog meer omhoog. Hij staat in een kamer die eerst in de tuin stond, maar werd verplaatst. Zorgvuldig werd vroeger nagedacht over de lichtinval door middel van een schoepensysteem.

Boijmans van Beuningen kwam tot stand door particuliere giften van burgers en lag nogal verborgen tot Le Figaro een artikel schreef over het Louvre aan de Maas. Het combineert volgens Ex een veelheid aan stemmen, oudere en moderne, die hij allemaal wil laten horen. Hij bepaalt daarom graag wat waar komt te hangen.

Hij ontvangt kunstenaar Klaas Gubbels die een werk komt inleveren en bekijkt het schilderij. Hij vertelt dat hij als kind door zijn ouders werd meegenomen naar kerken en daardoor heeft geleerd te kijken, naast een analyserende, ook met een dromerige blik. Hij geeft daar een voorbeeld van door een bespreking van twee werken van Mondriaan: het eerste met zwevende kleurvlakken in een witte ruimte uit het begin van zijn abstracte periode, het tweede van later. Hij is blij met een enorme potloodtekeningen van Paul Noble en bezoekt havenbaron Jacques Schoufour die een en ander aan het museum wil schenken. Hij helpt ook mee aan de voorbereiding van een expositie van Thomas Rentmeister door samen met hem een installatie wit te plamuren. Later horen we van Rentmeister dat het toch nog moest worden overgedaan.

De ontdekking van een tekening van Jan van Eyck is groot nieuws. Toevallig stuitte men erop tijdens de voorbereiding van een tentoonstelling over de schilder. Het is spannend dat onderhandelingen tussen Ex en de eigenaar te volgen. Eerder zei een medewerker van het museum dat de prent misschien wel een miloen euro waard was, dus Ex was blij toen men beiden op zo’n vier ton uitkwam.

In Brussel ontmoet hij de honderdjarige Renilde Hammacher, in de jaren zestig hoofdconservator van het museum. Ze vertelt over haar interesse in het surrealisme en de band met René Magritte die daaruit voortkwam, net als een overzichtstentoonstelling over Salvador Dali. Helaas overleed Magritte net voor ze een tentoonstelling over zijn werk klaar hadden. Hij schreef nog een aardige brief dat hij te ziek was om te komen. Zijzelf zag hem nog bezig in de keuken waar hij altijd aan zijn ezel werkte. Aan de titels van zijn werken hechtte hij weinig belang, weet ze.

In New York gaat hij op weg naar het MoMA. Hij praat met een Soedanese taxichauffeur over het doel van zijn reis en grapt of de taxirit dan duurder is. Hij komt overeen dat hij de man wel een Rembrandt zal toesturen. Zijn collega is blij met de samenwerking, die ervoor zorgt dat er altijd genoeg kwaliteit aan de muren hangt. Ook bezoekt hij de eigenaresse die een vroeg werk van Magritte met tekstwolken in bezit heeft. Haar dochter weet niet of haar moeder het schilderij wil verkopen. Dat geldt ook voor een andere vrouw die net een doek van Magritte heeft gekocht waarin we twee dezelfde personen uit de rug zien (zie foto). Hij slaagt niet altijd in zijn missie, ,maar de tijd werkt in het voordeel van een museum, zegt Ex. Aan het eind zien we dat het laatst genoemde schilderij van Magritte aankomt in Rotterdam. In bruikleen, zoals er dagelijks werken heen en weer gaan tussen de verschillende musea.

Hier meer informatie op de site van Museum Boijmans van Beuningen. Hier mijn bespreking van All my tomorrows, hier die van De balletmeesters.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten