Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



woensdag 19 oktober 2016

Het Filosofisch Kwintet over Het nieuwe populisme, De Brakke Grond, 15 oktober


dinsdag 18 oktober 2016

Recht voor allen, Tegenlicht, 16 oktober 2016


Digitaal netwerk zorgt voor verbeteringen in de rechtsspraak

Regisseur Shuchen Tan heeft een mooi onderwerp beet. De verbetering van het rechtssysteem in Kenia door technologische innovatie. Waarin Afrika eens de toon aangeeft en het Westen moet volgen. Ze volgt in Nairobi een vergadering van paralegals, zoals de juridisch geschoolde vrijwilligers heten die het land in trekken om rechtsbijstand te verlenen, waarin verteld wordt over M - Haki, dat staat voor mobiel recht, dat wil zeggen een digitaal netwerk waar inwoners die rechtsbijstand nodig hebben op hun mobiele telefoon terecht kunnen.

De Nederlander Sam Muller werkte eerder voor het Joegoslavië tribunaal. Hij zegt dat vier miljard mensen op aarde verstoken zijn van rechtshulp, dat toch een basisrecht is. Het probleem is vooral dat de bestaande systemen niet werken. In Nederland is het systeem te duur. Ook bij ons is innovatie nodig. Omdat men in Kenia ook al betaalt met de mobiele telefoon is digitale rechtshulp daar gemakkelijker te verwezenlijken.

Opperrechter Willy Mutunga zegt dat de nieuwe grondwet van 2010 meer transparantie in het rechtssysteem gebracht heeft, maar dat gevestigde machten gemakkelijk dwars kunnen liggen. Hij koos daarom voor een model waarbij een vrouw uit de Kikuyu stam het nieuwe systeem ook kon begrijpen. Anders dan in het oude systeem was Engels niet de voertaal. Met M – Haki kan men ook zonder advocaat een klacht indienen. Mutunga toont een oude rechtbank waarin de aanklagers lang moesten staan.

Jamia uit Kibera is een van de paralegals. Ze praat met mensen in haar streek en zegt dat velen uit angst voor de politie niet gauw aangifte zullen doen. Na de culturele revolutie van het recht is de rechtspraak menselijker geworden. De cultuur verandert echter niet zomaar. Innovatie kan daar echter wel toe bijdragen. Door de ingebrachte informatie wordt duidelijk wat waar speelt. Daar kan factfinding op toegepast worden. Ook kan er een aanklacht ingediend worden.

Mutunga bezoekt de gevangenis waar hij ooit zelf zestien maanden gevangen zat. Het stonk er verschrikkelijk. Inmiddels zijn de omstandigheden verbeterd. Er hangt een muurschildering met informatie over de internering van begin tot eind. Ook hier zijn paralegals aanwezig om de gevangenen bij te staan. Een van hen is Peter Ouko (zie foto) die opgepakt werd nadat zijn vrouw vermoord was en hij naar het politiebureau ging om aangifte te doen. Hij zit nog steeds vast maar is besloten het systeem te veranderen. Daartoe volgt hij een online studie aan de Universiteit van Londen. Hij wil zichzelf verdedigen tijdens de rechtszaak. De paralegals houden zich ook bezig met eigendomsrecht en krijgen daardoor mensen binnen van buiten de gevangenis. .  

Mutunga speelt een adviserende rol in het geheel. Recht voor allen is volgens hem de grootste uitdaging. Eerder gold het recht van de rijken. In 2007 leidde het gebrek aan maatschappelijke verandering na de verkiezingen tot een grote geweldsuitbarsting en een massaslachting. Startups als Ushahidi willen de burgers bijstaan. Ze registeren wat er aan de hand is. Rond de verkiezingen van 2013 werd preventief gehandeld om te voorkomen dat het weer uit de hand liep. Men kon misstanden melden en dat werkte. De software van de start up werd ook elders gebruikt, zoals tijdens de humanitaire crisis in Haïti en het seksuele geweld in Egypte. Ook politieagenten die geld aftroggelen van automobilisten kunnen ermee aangepakt worden.

Hier meer informatie over Willy Mutunga. Vanavond verder praten in Pakhuis de Zwijger.

maandag 17 oktober 2016

Dik van der Meulen over Kinderen van de nacht, VPRO Boeken, 16 oktober 2016


Terugkomst wolf verrijking voor ons leven

De veelgeprezen biograaf Dik van der Meulen, onder andere van een pracht werk over Multatuli, heeft ook nog een andere kant, namelijk die als schrijver van natuurboeken. Zijn boek Kinderen van de nacht gaat volgens de ondertitel over Wolven en Mensen.

Jeroen van Kan vraagt de neerlandicus waarover we in zijn boek het meest leren, van wolven of van mensen.
Van der Meulen antwoordt dat ze allebei in gelijke mate aan bod komen. De mens werd de wolf een ander beest. Door de angst voor en de aantrekkingskracht van de wolf was er sprake van een vreemde omgang ermee. Dat is nog steeds zo.

Van Kan begint over de band die de mens met verschillende diersoorten heeft.
Van der Meulen zegt dat de hond een nakomeling van de wolf is en dat het niet moeilijk is door kruisingen een dier te krijgen dat aaibaar, trouw en volgzaam is.

Van Kan zegt dat de mens zijn angsten op het dier projecteerde. Hoezo dan die domesticatie?
Van der Meulen legt uit dat de wolf een natuurlijke bondgenoot van de mens was, maar dat hij door de landbouw in Noord West Europa maakte een vijand werd. De laatste tijd kentert dit beeld weer. Dat heeft te maken van een andere relatie die wij met onze verdwenen natuur onderhouden. Van der Meulen ging ooit naar het gebied in het oosten van ons land waar de wolf werd waargenomen en sprak met Nederlandse en Duitse wolffanatici over hun fascinatie voor het beest.

Van Kan zegt dat men eerder wilde dat hij zou uitsterven.
Volgens Van der Meulen was Jac P. Thijsse een van de voorstanders daarvan, maar dat komt omdat hij niet wist wat we nu weten, namelijk dat de wolf van belang is voor het ecosysteem. Het begin van zijn boek is geInspireerd op Dracula. De hoofdpersoon komt aan op het kasteel van de graaf en hoort de wolven huilen. Dracula zegt dat het hem als muziek in de oren klinkt.

Van Kan vraagt hoe de hysterie over de terugkomst van de wolf te verklaren is.
Van der Meulen herhaalt dat we geen natuur meer kennen en er dus meer van gaan houden. De wolf is daarnaast het grootste roofdier dat in onze omgeving leefde. Hij was niet gevaarlijk, alleen maar als de mens verzwakt was.

Van Kan zegt dat het boek een verslag is van het verdwijnen van de wolf uit het landschap.
Van der Meulen antwoordt dat in de oertijd mens en wolf samen gingen, maar dat de wolf voor de veetelers een plaag werd. Door de wolf te domesticeren maakte men er een beter hanteerbaar dier van, maar projecties van het enge roofdier bleven bestaan. Het zijn ook nachtdieren. Van der Meulen was in Yellowstone en hoorde ze daar huilen, hetgeen hem deed huiveren. Het beest vertoont zich als de angstkant van de mens. De wolf is een negatieve spiegel waarin men zichzelf ziet. De uitspraak homo homini lupus verwijst daarnaar. We herkennen ons ook in het beest dat net als wij in een familie leeft. De wolf weerspiegelt de angst voor onszelf. Daarom heeft de mens ook de weerwolf bedacht. Hoewel er twee duizend wolven leven, maakt Van der Meulen zich niet druk over uitsterven. De wolf is een pragmatisch beest en overleeft het wel. Zijn terugkomst is een verrijking voor ons leven.  


zondag 16 oktober 2016

Theaterrecensie: Troje Trilogie, Toneelschuurproducties, Toneelschuur, 15 oktober 2016


Essentie van krachtige tekst in volle omvang naar voren gebracht

Troje Trilogie is een drieluik geschreven door Koos Terpstra over de ongelukkige Andromache, weduwe van Hector, die zijn stad verdedigde in de Trojaanse oorlog, maar door Achilles gedood werd. Boeiend is vooral de verbinding die Terpstra legt met de actualiteit. Onder andere die van de oorlog die wij allemaal niet willen maar die zich toch voor onze voeten afspeelt. Of het nou de oorlog tussen groepen is of tussen individuen die een relatie met elkaar onderhouden. Terpstra bracht heel veel facetten van die menselijke strijd samen op een veelkleurig palet en gaf regisseur Paul Knieriem daarmee de moeilijke opdracht om dit wijd vertakte verhaal over de onfortuinlijke weduwe handen en voeten te geven. Dat ging hem wonderlijk goed af.

Over kleuren hoeven we het niet te hebben. De vijf spelers die aan het begin van het eerste deel naast elkaar op het toneel staan zijn allen in het zwart gekleed, al zijn de nuances groot. De doorkijkjurk van de wulpse Hermione is van een heel ander soort dan de doorzichtige blouse van Andromache. De laatste doet eerder aan rouw denken. De vrouw is deerniswekkend. In elk van de drie delen, die in de tijd terugverteld worden, krijgt ze te maken met verlies. In het eerste deel is dat haar vijfjarige zoontje Molossus, zeven jaar eerder haar net zo oude zoontje Astyanax, in de Trojaanse oorlog haar geliefde man Hector. Het lot is haar zeer onwelgevallig omdat ze na alle leed ook nog eens als slavin uit Troje wordt meegenomen door Neoptolemos, de zoon van Achilles.

Het zwart witte toneelbeeld, waarin de snelle psychologische wendingen zich afspelen, is prachtig om te zien. De scherven plexiglas die over het podium liggen uitgestrooid kunnen gezien worden als resten van het roemrijke verleden van Troje. In het tweede deel, meen ik, waarin de meester en zijn hoer hun ongelijkwaardige relatie bespreken, pakt Neoptolemos zo’n scherf op en vraagt zich af wat de zin geweest is van de afbraak van de stad. In het laatste deel zien we de imposante zuilen nog voordat ze tot scherven verbrokkelden. In dit decor wordt de discussie over de zin van de oorlog gevoerd, geInitieerd door Andromache die al zoveel ellende heeft gezien na de moord op haar vader en broers dat ze oprecht kiest voor de ingeving van haar hart. Dit nooit meer. Het wrange is dat haar, zo weten de toeschouwers al na de eerste twee delen, nog veel meer leed te wachten staat.

De rol van hoofdrolspeler Janneke Remmers (zie foto) is fenomenaal. Een lust voor het oog en het oor. Ze speelt Andromache zo naturel en intens, dat men de tranen in de ogen krijgt van de vreselijkheden die ze moet doorstaan. Zelfs als ze zelf ook niet zuiver op de graat is en vol met haatgevoelens zit. Niets menselijk is haar vreemd. De wanhoop is haar op het lijf geschreven. De waanzin is ze nabij. Daarbij krijgt ze alle ruimte door mooi tegenspel van Loek Peters in zijn rol van Neoptolemos en van Keja Klaasje Kwestro die in het eerste deel de rol van Hermione speelt en in het derde deel die van Cassandra, de dochter van Hecabe, die Andromache in het gezin opnam nadat zij de rest van haar familie kwijt was geraakt.  

Te midden van alle ellende is er gelukkig ook nog ruimte voor humor. Die wordt vooral ingebracht door Kwestro als de stampvoetende Hermione, de bruid van Neoptolemos, die in het eerste deel de macht van de eerdere minnares Andromache vreest en haar het liefst meteen het paleis uit wil hebben. Haar vader Menelaos (George Tobal) geeft Andromache een vel papier waarop zij haar vertrek vastlegt na het afscheid van haar zoontje. Een van de meest stuitende scènes uit de voorstelling speelt zich af terwijl Andromache aan het schrijven is. Ondertussen vertelt Hermione doodleuk aan haar vader dat zij Molossus gedood heeft.

In het laatste deel heeft Kwestro ook meteen de lachers op haar hand. Dit maal in de rol van priesteres Cassandra die eerder de kunst van het waarzeggen verstond. Helaas is deze rol veel meer karikaturaal. Hecabe (Oda Spelbos) neemt in dit deel de rol van tegenhanger van Andromache beter waar. ‘Je geeft hem geen snoep, hè?’ waarschuwt Andromache haar als ze het podium verlaat om naar Astyanax te gaan. Ze is in haar spierwitte pakje als een moeder die iedereen te vriend wil houden, maar heeft geen ruggegraat als blijkt dat dit niet lukt. Spelbos weet dit mooi weer te geven in haar mimiek. Dit doet me denken aan het fraaie stille spel tijdens het eerste deel waarin de toehoorders met grote concentratie de schermutselingen tussen Andromache en Hermione volgen. Het is daarbij ongewoon grappig dat Hermione refereert aan de spoedige thuiskomst van Neptolemos die naast haar staat. Hij knikt, verheven boven tijd en ruimte, zijn bruid welwillend toe.    

In het tweede deel waarin de machtsverhouding tussen Andromache en Neptolemos uitgeplozen wordt, wordt spanning toegevoegd door de boventiteling die, net als in de tekst van Terpstra, de dagen aangeeft waarin langzaam duidelijk wordt hoe Astyanax aan zijn eind is gekomen. Andromache kijkt af en toe vertwijfeld naar het digitale bord, waarop de dagen wegschieten. Alleen in het derde deel valt de spanning soms wat weg. Dit kan komen door de lengte van de voorstelling, die overigens al behoorlijk ingekort is vergeleken met de oorspronkelijke voorstelling van Theater van het Oosten, het huidige Oostpool. Wellicht kan regisseur Knieriem nog wat werk verzetten om de laatste puntjes op de i te zetten voor de première van aanstaande donderdag. Anderzijds is het eind ook het begin en is het niet vreemd dat de eerste beelden meteen al knisperen van de spanning, niet alleen door het plexiglas.  

Hier mijn verslag van het gesprek dat Loek Zonneveld met Koos Terpstra en Paul Knieriem had in het kader van Eerste hulp bij kunst.

Filmrecensie: Hasta la vista (2011), Geoffrey Enthoven


Hemel op aarde voor gehandicapte medemens

Het verhaal van de lamme, de blinde en de dove - waarbij de laatste goed kan horen, maar wel een hersentumor heeft - begint heel mooi met twee joggende meiden op het Belgische strand. Regisseur Geoffrey Enthoven brengt hun borstpartijen duidelijk in beeld, alsof het een reclame voor push up beha’s betreft. De focus is echter op de verlamde Philip die met zijn wagentje op het terras van een vakantiehuis in Cadzand zit. De frustatie over zijn onmacht is duidelijk van zijn gezicht af te lezen. Later wordt hij door zijn ouders in bed geholpen.

Philip hoort van een andere gehandicapte vakantieganger over bordeel El Cielo aan de Spaanse kust, dat de hemel op aarde is. Hij vertelt daarover tijdens een wijnproeverij met zijn vrienden Jozef die zeer slechtziend is en Lars die een hersentumor heeft en in een rolstoel zit. Ze bedenken samen een plan om daar naar toe te gaan, terwijl ze zich op de heenweg te goed zullen doen aan de nodige wijnen. Theo, die ervaring heeft met gehandicapten en een compleet ingericht busje bezit kan rijden. Het overleg met de ouders over hun plan hangt af van de goedkeuring van de arts van Lars. Als die geconstateerd heeft dat de tumor gegroeid is, lijkt het plan van de baan, maar Lars zet door. Seks is goed tegen kanker.

De jongemannen besluiten zonder toestemming van de ouders op weg te gaan. Theo zoekt een invaller die de naam Claude draagt. Yoni, het zusje van Lars zit in het complot en regelt een reistas waarin haar broer zijn kleren kan doen. Dat ze hem haar eigen roze koffer geeft, heeft ermee te maken dat hij dan tenminste aan haar denkt. Op de vroege ochtend dat haar broer naar de afgesproken plek gaat waar het busje van Claude zal stoppen, houdt zij haar moeder op een slimme manier aan het lijntje door net te doen alsof Lars in de badkamer is. Inmiddels zitten de drie jongemannen maar te wachten. Philip heeft alleen maar emailcontact met Claude gehad dus weet ook niet precies hoe die er uit ziet. Later blijkt dat Claude een Waalse is. Philip beschrijft haar aan Jozef als een mammoet.

Aanvankelijk is de verhouding tussen de drie en Claude erg slecht. In de film is dat ook nog eens zwaar aangezet. Het is de vraag of dat nodig is in een film, die verder heel eerlijk is, zeker over de bedoelingen van de gehandicapte jongemannen die wel eens ingewijd willen worden in de liefde. Daarnaast is ook de nodige aandacht voor de ophef aan het thuisfront na de mededeling van Yoni dat de vrienden naar Oslo zijn niet echt nodig. Dit vertraagt het verhaal alleen maar. Hilarisch is het gestuntel met de passen waarmee ze toegang hebben tot de hotelkamers in Versailles. Aan het eind van de dag liggen ze uitgeput in één kamer, terwijl Claude die uitgesloten wordt, in het busje slaapt.

Na een reddingsoperatie door Claude van Jozef die moet plassen en daarbij in het water terecht komt, verandert de sfeer. Philip geeft toe dat hij af en toe zeer onuitstaanbaar is. Tijdens een kampeernacht licht Jozef Claude in over hun bedoelingen. Hij wil van haar informatie over hoe ze dat moeten aanpakken, maar Claude zegt dat de hoeren hen ter wille zullen zijn. Voordat het zover is, komt het nog tot een confrontatie met de ouders die hen toch gevonden hebben en willen dat ze hun reis afbreken, maar dat is tegen dovenmansoren gesproken. Claude biecht op dat ze een strafblad heeft omdat ze haar overspelige man heeft geprobeerd te doden met insuline, maar dat is geen reden voor de vrienden om haar aan de kant te zetten. Integendeel, het zorgt voor verbroedering.

Er zit veel humor in de film. Als de jongens in de villa zijn nabij El Cielo verblijven waarschuwen Lars en Philip elkaar voor Claude, de insulinezuster. Jozef doet daar niet aan mee. Die raakt zelfs verliefd op haar. De film krijgt een wrang eind omdat de doodzieke Lars ook nog dood gaat, maar in ieder geval heeft hij wel de genoegens van de seksuele omgang gesmaakt. In een overbelichte scène zien we dat Philip en Lars als herboren terugkomen uit het bordeel. Ook voor de gehandicapte medemens is er een hemel op aarde. In ieder geval onttrekken de drie zich aan het zielige beeld dat van hen bestaat. ij  

Het scenario is van de hand van Pierre De Clercq op basis van een verhaal van Mariano Vanhoof naar de levenservaring van de Amerikaan Asta Philpot en zijn vrienden (Wikipedia).

Hier de trailer.

zaterdag 15 oktober 2016

Filmrecensie: Wall Street (1987), Oliver Stone


Hebzucht al in de jaren tachtig aan de kaak gesteld

Er zijn de laatste jaren veel films over de malversaties in het financiële hart van New York verschenen, waarbij Margin Call (2011) een van de best gedocumenteerde en The wolf of Wall Street (2013) een van de meest cynische was. Wall Street van Oliver Stone, opgedragen aan zijn vader Louis, die in 1985 overleed, kan gezien worden als een kruising tussen de latere twee films. Het verhaal van junior medewerker Bud Fox, die zich door de onbetrouwbare speculant Gordon Gekko - de naam zegt genoeg - laat gebruiken om zijn hebzucht te vergroten, toont de financiële wereld in al haar gekte en laat zien hoe machtig de rol van het kapitaal is. Het is dan ook vreemd dat deze wantoestand in de jaren tachtig al niet is gestopt. De politiek van Reagan en Thatcher voorzag het neoliberalisme van nieuwe zuurstof. Nog vreemder is het dat na de recente huizenbubbel en de kredietcrisis het kapitaal nog steeds niet aan banden is gelegd zodat dat het systeem mensen opvreet alsof het insecten zijn. Zoals bankdirecteur John Tuld in Margin call zegt, beweegt het kapitalisme zich als een inherente wet van crisis tot crisis. Het wordt tijd, denk ik, dat verstandige politici voorkomen dat we in een volgende crisis gestort worden.

Wall Street begint met beelden van Manhattan in een tijd dat de Twin Towers nog fier overeind stonden. Bud Fox (Charlie Sheen, midden op de poster) werkt op de beurs en wordt door zijn baas verantwoordelijk gesteld voor een transactie die fout gelopen is, waardoor hij zeven duizend dollar moet dokken. Bud gaat naar zijn vader (Martin Sheen, in werkelijkheid ook zijn echte vader) die als monteur bij luchtvaartmaatschappij Bluestar werkt, om hem wat geld af te troggelen. Zijn vader is de beroerdste niet en geeft hem een paar honderd dollar maar had liever gezien dat zijn zoon een respectabeler beroep had gekozen. Bud zegt tegen zijn vader dat hij zich niet ongerust hoeft te maken. Hij heeft het plan opgevat om contact te leggen een rijke speculant. Als hij op zijn computer ziet dat de man die dag zijn verjaardag is, koopt hij dure sigaren in de luchthaven en brengt hem een bezoek. Hij moet lang wachten tot Gekko (Michael Douglas, links op de poster) hem te woord staat, maar dan wil hij ook wel eens een nieuwtje horen waarmee hij een nieuwe klapper kan maken. Bud, die zojuist van zijn vader heeft gehoord dat Bluestar vrijgepleit zal worden van schuld aan een ongeluk, onthult dat hij in aandelen van de kleine luchtvaartmaatschappij moet handelen.   

Bud wordt steeds meer de wereld van Gekko ingezogen, ook door diens vriendin Darien (Daryl Hannah, rechts op de poster) die interieur ontwerpster is en hem helpt met het inrichten van een duur appartement in Manhattan, waarin ze meteen ook maar gaan samenwonen. In dat appartement speelt zich later een cruciaal gesprek af tussen beleidsmensen van Bluestar, Gekko en de vader van Bud, nadat de laatste het eerder op een akkoordje heeft gegooid met Gekko om de luchtvaartmaatschappij in handen te krijgen. De vader van Bud loopt boos weg als hij hoort wat Gekko van plan is, namelijk om de lonen met twintig procent te verlagen, en zet daarmee de vader zoon relatie zwaar onder druk. Bud krijgt zelf ook bedenkingen tegen Gekko als hij hoort dat die, anders dan eerder afgesproken, Bluestar wil ontmantelen. Hij leidt tot een stevige ruzie met Darien, die het appartement verlaat, dat Bud vervolgens verkoopt. De hartaanval van zijn vader is een motivatie om, in samenwerking met Wildman, een concurrent van Gekko, het bedrijf van de ondergang te redden. Dat is belangrijk dan de gevangenisstraf die hem boven het hoofd hangt vanwege al zijn malversaties.  

Hier de trailer van Wall Street, hier mijn bespreking van Margin call.

vrijdag 14 oktober 2016

The life and times of Allen Ginsberg (2008), documentaire van Jerry Aronson


Hommage aan voorman van de Beatgeneratie

Filmmaker Jerry Aronson maakte met The life and times of Allen Ginsberg een prachtig portret van de dichter en latere boeddhist Allen Ginsberg die in 1926 in NewArk, N. J. geboren werd en in 1997 in New York stierf. Het portret eert deze voorman van de hippiebeweging die het lef had om anders te zijn in een wereld die eerst heel conventioneel was en later steeds meer polariseerde, tot de dag van vandaag aan toe. Aronson volgt het leven van Ginsberg aan de hand van de verschillende decennia die van belang zijn, maar begint met de voordracht door Ginsberg van het gedicht Howl, dat de angst van zijn generatie vertolkte.

Daarna volgen familiefoto’s en archiefbeelden die een indruk geven van het gezin waar Ginsberg uit voortkwam. Zijn vader was een lyrisch dichter van wie we een mooi fragment zien van een voordracht, waarbij hij geassisteerd wordt door Allen die het maatgevoel van hem leerde. Zijn moeder had last van zenuwinzinkingen en belandde in een inrichting waar ze in 1956 stierf. Zijn stiefmoeder zegt dat Allen meer van haar gekte meemaakte dan goed was voor een kind, zijn broer Eugene herinnert zich Allen als een vrolijk kind. Tegelijk voelde Allen zichzelf dom en zag hij het belang ervan om goed naar anderen te luisteren.

In de jaren veertig, samengevat onder de titel van het gedicht O tenderness in the middle of time, ontmoette Ginsberg de twaalf jaar oudere William Burroughs (1914), die net uit het leger kwam, veel wist van psychoanalyse en later boeken zou publiceren als Naked lunch (1959). Ginsberg gaf zich bloot aan Burroughs en merkte hoe dicht die bij hem stond. Hij voelde zich ook aangetrokken tot Jack Kerouac die hij leerde kennen tijdens zijn studie aan de Universiteit van Columbia. Samen vormden ze, met Neal Cassady, een hecht homogezin. Daarbij schreef Ginsberg voor Kerouac en Burroughs.

In de jaren vijftig, Hydrogen Jukebox, veranderde de sfeer in de Verenigde Staten door de invloed van het militair industrieel complex. Dit bracht vervreemding en polarisatie teweeg, die door de Beatgeneratie aangeklaagd werd. In deze jaren ontmoette de 28 jarige Ginsberg Peter Orlovsky met wie hij een levenslange relatie had. Hij zag zijn zeven jaar jongere partner eerst op een naaktschilderij van een vriend en vond hem in het echt nog mooier, al duurde het lang voordat de twee elkaar het ja woord gaven. In 1955 las Ginsberg Howl voor. Norman Mailer was onder de indruk. On the road was toen al geschreven. In 1960 schreef Ginsberg Kaddisj voor zijn overleden moeder met het joodse gebed en een nummer van Ray Charles in zijn geheugen.

De jongeren uit de jaren zestig, die aangeduid wordt met het gedicht Drunken dumbshow, bouwden voort op het werk dat door de Beatgeneratie was verricht. Drugs was deel van het leven. Ginsberg verdedigde zich tijdens een parlementaire hoorzitting in 1965. Hij vertelde over de verbinding die door drugs tot stand worden gebracht. In hetzelfde jaar werd hij Praag uitgezet en ontmoette hij Bob Dylan en The Beatles in Engeland. Het waren de jaren van de flower power, waarin de liefde als oplossing voor alle problemen werd voorgesteld. Ginsberg wendde zich tot mantra’s om aan het diepere levensgevoel uiting te geven. Tijdens protesten tegen de Democratische Conventie in Chicago in 1968 overwon hij zijn angst door het reciteren ervan. Helaas werd Nixon president, zegt Mailer, omdat links zich afkeerde van de verkiezingen.

De jaren zeventig, gekarakteriseerd met Mind breaths, werden gekenmerkt tot een wending naar binnen. In 1978 trad Ginsberg op in de Dick Cavett show, die opmerkt dat Ginsberg milder is geworden. Ginsberg denkt dat het komt door het overlijden van zijn vader, twee jaar daarvoor. Ze hadden een hele goede band samen en traden vaak samen op. Er is een mooi fragment waar zijn vader het gedicht At the grave of my father leest. Het gedicht Father Death schreef Ginsberg in het vliegtuig van Boulder naar huis. Zijn stiefmoeder noemde dat heel knap.

In de jaren tachtig en negentig, Musings, zag een fotoboek het licht dat Ginsberg had samengesteld met shots van zijn vrienden uit de jaren vijftig, waarin Kerouac peinzend voor zich uit staart en Burroughs naast een sfinx staat die veel op hem lijkt. Het boek geeft een overzicht van zijn leven. Ook van het drama met Peter die genas van een alcoholverslaving, waar Ginsberg mee moest zien om te gaan. Huilen deed Ginsberg niet. Zijn tranen stortte hij uit in zijn gedichten. My heart is still, as time will tell, staat er op zijn graf. 

Hier de trailer, hier de site van Allen Ginsberg met daarop heel veel meer informatie, hier een artikel van Fred de Vries in De Groene Amsterdammer naar aanleiding van het vijftig jarig bestaan van Naked lunch, hier mijn verslag van The man within, een documentaire over Burroughs.