Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.
Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.
Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.
Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.
Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.
In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.
Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.
Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.
Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.
Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.
In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.
woensdag 19 oktober 2016
dinsdag 18 oktober 2016
Recht voor allen, Tegenlicht, 16 oktober 2016
Digitaal netwerk zorgt voor verbeteringen in de rechtsspraak
Regisseur Shuchen Tan heeft een mooi onderwerp beet. De
verbetering van het rechtssysteem in Kenia door technologische innovatie.
Waarin Afrika eens de toon aangeeft en het Westen moet volgen. Ze volgt in
Nairobi een vergadering van paralegals, zoals de juridisch geschoolde
vrijwilligers heten die het land in trekken om rechtsbijstand te verlenen, waarin
verteld wordt over M - Haki, dat staat voor mobiel recht, dat wil zeggen een
digitaal netwerk waar inwoners die rechtsbijstand nodig hebben op hun mobiele
telefoon terecht kunnen.
De Nederlander Sam Muller werkte eerder voor het Joegoslavië
tribunaal. Hij zegt dat vier miljard mensen op aarde verstoken zijn van
rechtshulp, dat toch een basisrecht is. Het probleem is vooral dat de bestaande
systemen niet werken. In Nederland is het systeem te duur. Ook bij ons is
innovatie nodig. Omdat men in Kenia ook al betaalt met de mobiele telefoon is
digitale rechtshulp daar gemakkelijker te verwezenlijken.
Opperrechter Willy Mutunga zegt dat de nieuwe grondwet van
2010 meer transparantie in het rechtssysteem gebracht heeft, maar dat
gevestigde machten gemakkelijk dwars kunnen liggen. Hij koos daarom voor een
model waarbij een vrouw uit de Kikuyu stam het nieuwe systeem ook kon
begrijpen. Anders dan in het oude systeem was Engels niet de voertaal. Met M –
Haki kan men ook zonder advocaat een klacht indienen. Mutunga toont een oude rechtbank
waarin de aanklagers lang moesten staan.
Jamia uit Kibera is een van de paralegals. Ze praat met
mensen in haar streek en zegt dat velen uit angst voor de politie niet gauw aangifte
zullen doen. Na de culturele revolutie van het recht is de rechtspraak
menselijker geworden. De cultuur verandert echter niet zomaar. Innovatie kan
daar echter wel toe bijdragen. Door de ingebrachte informatie wordt duidelijk
wat waar speelt. Daar kan factfinding op toegepast worden. Ook kan er een
aanklacht ingediend worden.
Mutunga bezoekt de gevangenis waar hij ooit zelf zestien
maanden gevangen zat. Het stonk er verschrikkelijk. Inmiddels zijn de
omstandigheden verbeterd. Er hangt een muurschildering met informatie over de
internering van begin tot eind. Ook hier zijn paralegals aanwezig om de
gevangenen bij te staan. Een van hen is Peter Ouko (zie foto) die opgepakt werd nadat zijn
vrouw vermoord was en hij naar het politiebureau ging om aangifte te doen. Hij
zit nog steeds vast maar is besloten het systeem te veranderen. Daartoe volgt
hij een online studie aan de Universiteit van Londen. Hij wil zichzelf
verdedigen tijdens de rechtszaak. De paralegals houden zich ook bezig met
eigendomsrecht en krijgen daardoor mensen binnen van buiten de gevangenis. .
Mutunga speelt een adviserende rol in het geheel. Recht voor
allen is volgens hem de grootste uitdaging. Eerder gold het recht van de rijken.
In 2007 leidde het gebrek aan maatschappelijke verandering na de verkiezingen
tot een grote geweldsuitbarsting en een massaslachting. Startups als Ushahidi
willen de burgers bijstaan. Ze registeren wat er aan de hand is. Rond de
verkiezingen van 2013 werd preventief gehandeld om te voorkomen dat het weer
uit de hand liep. Men kon misstanden melden en dat werkte. De software van de
start up werd ook elders gebruikt, zoals tijdens de humanitaire crisis in Haïti
en het seksuele geweld in Egypte. Ook politieagenten die geld aftroggelen van
automobilisten kunnen ermee aangepakt worden.
Hier
meer informatie over Willy Mutunga. Vanavond verder praten in Pakhuis de
Zwijger.
maandag 17 oktober 2016
Dik van der Meulen over Kinderen van de nacht, VPRO Boeken, 16 oktober 2016
Terugkomst wolf verrijking voor ons leven
De veelgeprezen biograaf Dik van der Meulen, onder andere
van een pracht werk over Multatuli, heeft ook nog een andere kant, namelijk die
als schrijver van natuurboeken. Zijn boek Kinderen
van de nacht gaat volgens de ondertitel over
Wolven en Mensen.
Jeroen van Kan vraagt de neerlandicus waarover we in zijn
boek het meest leren, van wolven of van mensen.
Van der Meulen antwoordt dat ze allebei in gelijke mate aan
bod komen. De mens werd de wolf een ander beest. Door de angst voor en de
aantrekkingskracht van de wolf was er sprake van een vreemde omgang ermee. Dat
is nog steeds zo.
Van Kan begint over de band die de mens met verschillende
diersoorten heeft.
Van der Meulen zegt dat de hond een nakomeling van de wolf
is en dat het niet moeilijk is door kruisingen een dier te krijgen dat aaibaar,
trouw en volgzaam is.
Van Kan zegt dat de mens zijn angsten op het dier
projecteerde. Hoezo dan die domesticatie?
Van der Meulen legt uit dat de wolf een natuurlijke
bondgenoot van de mens was, maar dat hij door de landbouw in Noord West Europa
maakte een vijand werd. De laatste tijd kentert dit beeld weer. Dat heeft te
maken van een andere relatie die wij met onze verdwenen natuur onderhouden. Van
der Meulen ging ooit naar het gebied in het oosten van ons land waar de wolf
werd waargenomen en sprak met Nederlandse en Duitse wolffanatici over hun
fascinatie voor het beest.
Van Kan zegt dat men eerder wilde dat hij zou uitsterven.
Volgens Van der Meulen was Jac P. Thijsse een van de
voorstanders daarvan, maar dat komt omdat hij niet wist wat we nu weten,
namelijk dat de wolf van belang is voor het ecosysteem. Het begin van zijn boek
is geInspireerd op Dracula. De hoofdpersoon komt aan op het kasteel van de
graaf en hoort de wolven huilen. Dracula zegt dat het hem als muziek in de oren
klinkt.
Van Kan vraagt hoe de hysterie over de terugkomst van de
wolf te verklaren is.
Van der Meulen herhaalt dat we geen natuur meer kennen en er
dus meer van gaan houden. De wolf is daarnaast het grootste roofdier dat in
onze omgeving leefde. Hij was niet gevaarlijk, alleen maar als de mens verzwakt
was.
Van Kan zegt dat het boek een verslag is van het verdwijnen
van de wolf uit het landschap.
Van der Meulen antwoordt dat in de oertijd mens en wolf
samen gingen, maar dat de wolf voor de veetelers een plaag werd. Door de wolf
te domesticeren maakte men er een beter hanteerbaar dier van, maar projecties van
het enge roofdier bleven bestaan. Het zijn ook nachtdieren. Van der Meulen was
in Yellowstone en hoorde ze daar huilen, hetgeen hem deed huiveren. Het beest
vertoont zich als de angstkant van de mens. De wolf is een negatieve spiegel
waarin men zichzelf ziet. De uitspraak homo
homini lupus verwijst daarnaar. We herkennen ons ook in het beest dat net
als wij in een familie leeft. De wolf weerspiegelt de angst voor onszelf.
Daarom heeft de mens ook de weerwolf bedacht. Hoewel er twee duizend wolven
leven, maakt Van der Meulen zich niet druk over uitsterven. De wolf is een
pragmatisch beest en overleeft het wel. Zijn terugkomst is een verrijking voor
ons leven.
zondag 16 oktober 2016
Theaterrecensie: Troje Trilogie, Toneelschuurproducties, Toneelschuur, 15 oktober 2016
Troje Trilogie is
een drieluik geschreven door Koos Terpstra over de ongelukkige Andromache,
weduwe van Hector, die zijn stad verdedigde in de Trojaanse oorlog, maar door
Achilles gedood werd. Boeiend is vooral de verbinding die Terpstra legt met de
actualiteit. Onder andere die van de oorlog die wij allemaal niet willen maar
die zich toch voor onze voeten afspeelt. Of het nou de oorlog tussen groepen is
of tussen individuen die een relatie met elkaar onderhouden. Terpstra bracht
heel veel facetten van die menselijke strijd samen op een veelkleurig palet en
gaf regisseur Paul Knieriem daarmee de moeilijke opdracht om dit wijd vertakte
verhaal over de onfortuinlijke weduwe handen en voeten te geven. Dat ging hem
wonderlijk goed af.
Over kleuren hoeven we het niet te hebben. De vijf spelers
die aan het begin van het eerste deel naast elkaar op het toneel staan zijn
allen in het zwart gekleed, al zijn de nuances groot. De doorkijkjurk van de
wulpse Hermione is van een heel ander soort dan de doorzichtige blouse van
Andromache. De laatste doet eerder aan rouw denken. De vrouw is deerniswekkend.
In elk van de drie delen, die in de tijd terugverteld worden, krijgt ze te
maken met verlies. In het eerste deel is dat haar vijfjarige zoontje Molossus, zeven
jaar eerder haar net zo oude zoontje Astyanax, in de Trojaanse oorlog haar
geliefde man Hector. Het lot is haar zeer onwelgevallig omdat ze na alle leed
ook nog eens als slavin uit Troje wordt meegenomen door Neoptolemos, de zoon
van Achilles.
Het zwart witte toneelbeeld, waarin de snelle psychologische
wendingen zich afspelen, is prachtig om te zien. De scherven plexiglas die over
het podium liggen uitgestrooid kunnen gezien worden als resten van het roemrijke
verleden van Troje. In het tweede deel, meen ik, waarin de meester en zijn hoer
hun ongelijkwaardige relatie bespreken, pakt Neoptolemos zo’n scherf op en
vraagt zich af wat de zin geweest is van de afbraak van de stad. In het laatste
deel zien we de imposante zuilen nog voordat ze tot scherven verbrokkelden. In
dit decor wordt de discussie over de zin van de oorlog gevoerd, geInitieerd
door Andromache die al zoveel ellende heeft gezien na de moord op haar vader en
broers dat ze oprecht kiest voor de ingeving van haar hart. Dit nooit meer. Het
wrange is dat haar, zo weten de toeschouwers al na de eerste twee delen, nog
veel meer leed te wachten staat.
De rol van hoofdrolspeler Janneke Remmers (zie foto) is fenomenaal. Een
lust voor het oog en het oor. Ze speelt Andromache zo naturel en intens, dat
men de tranen in de ogen krijgt van de vreselijkheden die ze moet doorstaan.
Zelfs als ze zelf ook niet zuiver op de graat is en vol met haatgevoelens zit.
Niets menselijk is haar vreemd. De wanhoop is haar op het lijf geschreven. De
waanzin is ze nabij. Daarbij krijgt ze alle ruimte door mooi tegenspel van Loek
Peters in zijn rol van Neoptolemos en van Keja Klaasje Kwestro die in het
eerste deel de rol van Hermione speelt en in het derde deel die van Cassandra,
de dochter van Hecabe, die Andromache in het gezin opnam nadat zij de rest van
haar familie kwijt was geraakt.
Te midden van alle ellende is er gelukkig ook nog ruimte
voor humor. Die wordt vooral ingebracht door Kwestro als de stampvoetende
Hermione, de bruid van Neoptolemos, die in het eerste deel de macht van de
eerdere minnares Andromache vreest en haar het liefst meteen het paleis uit wil
hebben. Haar vader Menelaos (George Tobal) geeft Andromache een vel papier
waarop zij haar vertrek vastlegt na het afscheid van haar zoontje. Een van de
meest stuitende scènes uit de voorstelling speelt zich af terwijl Andromache
aan het schrijven is. Ondertussen vertelt Hermione doodleuk aan haar vader dat
zij Molossus gedood heeft.
In het laatste deel heeft Kwestro ook meteen de lachers op
haar hand. Dit maal in de rol van priesteres Cassandra die eerder de kunst van
het waarzeggen verstond. Helaas is deze rol veel meer karikaturaal. Hecabe (Oda
Spelbos) neemt in dit deel de rol van tegenhanger van Andromache beter waar. ‘Je
geeft hem geen snoep, hè?’ waarschuwt Andromache haar als ze het podium verlaat
om naar Astyanax te gaan. Ze is in haar spierwitte pakje als een moeder die
iedereen te vriend wil houden, maar heeft geen ruggegraat als blijkt dat dit
niet lukt. Spelbos weet dit mooi weer te geven in haar mimiek. Dit doet me
denken aan het fraaie stille spel tijdens het eerste deel waarin de toehoorders
met grote concentratie de schermutselingen tussen Andromache en Hermione
volgen. Het is daarbij ongewoon grappig dat Hermione refereert aan de spoedige
thuiskomst van Neptolemos die naast haar staat. Hij knikt, verheven boven tijd
en ruimte, zijn bruid welwillend toe.
In het tweede deel waarin de machtsverhouding tussen
Andromache en Neptolemos uitgeplozen wordt, wordt spanning toegevoegd door de boventiteling
die, net als in de tekst van Terpstra, de dagen aangeeft waarin langzaam duidelijk
wordt hoe Astyanax aan zijn eind is gekomen. Andromache kijkt af en toe
vertwijfeld naar het digitale bord, waarop de dagen wegschieten. Alleen in het
derde deel valt de spanning soms wat weg. Dit kan komen door de lengte van de
voorstelling, die overigens al behoorlijk ingekort is vergeleken met de
oorspronkelijke voorstelling van Theater van het Oosten, het huidige Oostpool.
Wellicht kan regisseur Knieriem nog wat werk verzetten om de laatste puntjes op
de i te zetten voor de première van aanstaande donderdag. Anderzijds is het
eind ook het begin en is het niet vreemd dat de eerste beelden meteen al knisperen
van de spanning, niet alleen door het plexiglas.
Hier
mijn verslag van het gesprek dat Loek Zonneveld met Koos Terpstra en Paul
Knieriem had in het kader van Eerste hulp
bij kunst.
Filmrecensie: Hasta la vista (2011), Geoffrey Enthoven
Hemel op aarde voor gehandicapte medemens
Het verhaal van de lamme, de blinde en de dove - waarbij de
laatste goed kan horen, maar wel een hersentumor heeft - begint heel mooi met
twee joggende meiden op het Belgische strand. Regisseur Geoffrey Enthoven
brengt hun borstpartijen duidelijk in beeld, alsof het een reclame voor push up
beha’s betreft. De focus is echter op de verlamde Philip die met zijn wagentje
op het terras van een vakantiehuis in Cadzand zit. De frustatie over zijn
onmacht is duidelijk van zijn gezicht af te lezen. Later wordt hij door zijn
ouders in bed geholpen.
Philip hoort van een andere gehandicapte vakantieganger over
bordeel El Cielo aan de Spaanse kust, dat de hemel op aarde is. Hij vertelt
daarover tijdens een wijnproeverij met zijn vrienden Jozef die zeer slechtziend
is en Lars die een hersentumor heeft en in een rolstoel zit. Ze bedenken samen
een plan om daar naar toe te gaan, terwijl ze zich op de heenweg te goed zullen
doen aan de nodige wijnen. Theo, die ervaring heeft met gehandicapten en een
compleet ingericht busje bezit kan rijden. Het overleg met de ouders over hun
plan hangt af van de goedkeuring van de arts van Lars. Als die geconstateerd
heeft dat de tumor gegroeid is, lijkt het plan van de baan, maar Lars zet door.
Seks is goed tegen kanker.
De jongemannen besluiten zonder toestemming van de ouders op
weg te gaan. Theo zoekt een invaller die de naam Claude draagt. Yoni, het zusje
van Lars zit in het complot en regelt een reistas waarin haar broer zijn kleren
kan doen. Dat ze hem haar eigen roze koffer geeft, heeft ermee te maken dat hij
dan tenminste aan haar denkt. Op de vroege ochtend dat haar broer naar de
afgesproken plek gaat waar het busje van Claude zal stoppen, houdt zij haar
moeder op een slimme manier aan het lijntje door net te doen alsof Lars in de
badkamer is. Inmiddels zitten de drie jongemannen maar te wachten. Philip heeft
alleen maar emailcontact met Claude gehad dus weet ook niet precies hoe die er
uit ziet. Later blijkt dat Claude een Waalse is. Philip beschrijft haar aan
Jozef als een mammoet.
Aanvankelijk is de verhouding tussen de drie en Claude erg
slecht. In de film is dat ook nog eens zwaar aangezet. Het is de vraag of dat
nodig is in een film, die verder heel eerlijk is, zeker over de bedoelingen van
de gehandicapte jongemannen die wel eens ingewijd willen worden in de liefde. Daarnaast
is ook de nodige aandacht voor de ophef aan het thuisfront na de mededeling van
Yoni dat de vrienden naar Oslo zijn niet echt nodig. Dit vertraagt het verhaal
alleen maar. Hilarisch is het gestuntel met de passen waarmee ze toegang hebben
tot de hotelkamers in Versailles. Aan het eind van de dag liggen ze uitgeput in
één kamer, terwijl Claude die uitgesloten wordt, in het busje slaapt.
Na een reddingsoperatie door Claude van Jozef die moet
plassen en daarbij in het water terecht komt, verandert de sfeer. Philip geeft
toe dat hij af en toe zeer onuitstaanbaar is. Tijdens een kampeernacht licht
Jozef Claude in over hun bedoelingen. Hij wil van haar informatie over hoe ze
dat moeten aanpakken, maar Claude zegt dat de hoeren hen ter wille zullen zijn.
Voordat het zover is, komt het nog tot een confrontatie met de ouders die hen
toch gevonden hebben en willen dat ze hun reis afbreken, maar dat is tegen
dovenmansoren gesproken. Claude biecht op dat ze een strafblad heeft omdat ze
haar overspelige man heeft geprobeerd te doden met insuline, maar dat is geen
reden voor de vrienden om haar aan de kant te zetten. Integendeel, het zorgt
voor verbroedering.
Er zit veel humor in de film. Als de jongens in de villa
zijn nabij El Cielo verblijven waarschuwen Lars en Philip elkaar voor Claude,
de insulinezuster. Jozef doet daar niet aan mee. Die raakt zelfs verliefd op
haar. De film krijgt een wrang eind omdat de doodzieke Lars ook nog dood gaat,
maar in ieder geval heeft hij wel de genoegens van de seksuele omgang gesmaakt.
In een overbelichte scène zien we dat Philip en Lars als herboren terugkomen
uit het bordeel. Ook voor de gehandicapte medemens is er een hemel op aarde. In
ieder geval onttrekken de drie zich aan het zielige beeld dat van hen bestaat. ij
Het scenario is van de hand van Pierre
De Clercq op basis van een verhaal van Mariano Vanhoof naar de levenservaring
van de Amerikaan Asta Philpot en zijn vrienden (Wikipedia).
Hier
de trailer.
zaterdag 15 oktober 2016
Filmrecensie: Wall Street (1987), Oliver Stone
Hebzucht al in de jaren tachtig aan de kaak gesteld
Er zijn de laatste jaren veel films over de malversaties in
het financiële hart van New York verschenen, waarbij Margin Call (2011) een van de best gedocumenteerde en The wolf of Wall Street (2013) een van
de meest cynische was. Wall Street
van Oliver Stone, opgedragen aan zijn vader Louis, die in 1985 overleed, kan
gezien worden als een kruising tussen de latere twee films. Het verhaal van
junior medewerker Bud Fox, die zich door de onbetrouwbare speculant Gordon
Gekko - de naam zegt genoeg - laat gebruiken om zijn hebzucht te vergroten,
toont de financiële wereld in al haar gekte en laat zien hoe machtig de rol van
het kapitaal is. Het is dan ook vreemd dat deze wantoestand in de jaren tachtig
al niet is gestopt. De politiek van Reagan en Thatcher voorzag het
neoliberalisme van nieuwe zuurstof. Nog vreemder is het dat na de recente huizenbubbel
en de kredietcrisis het kapitaal nog steeds niet aan banden is gelegd zodat dat
het systeem mensen opvreet alsof het insecten zijn. Zoals bankdirecteur John
Tuld in Margin call zegt, beweegt het
kapitalisme zich als een inherente wet van crisis tot crisis. Het wordt tijd,
denk ik, dat verstandige politici voorkomen dat we in een volgende crisis
gestort worden.
Wall Street begint
met beelden van Manhattan in een tijd dat de Twin Towers nog fier overeind
stonden. Bud Fox (Charlie Sheen, midden op de poster) werkt op de beurs en wordt door zijn baas
verantwoordelijk gesteld voor een transactie die fout gelopen is, waardoor hij
zeven duizend dollar moet dokken. Bud gaat naar zijn vader (Martin Sheen, in
werkelijkheid ook zijn echte vader) die als monteur bij luchtvaartmaatschappij
Bluestar werkt, om hem wat geld af te troggelen. Zijn vader is de beroerdste
niet en geeft hem een paar honderd dollar maar had liever gezien dat zijn zoon
een respectabeler beroep had gekozen. Bud zegt tegen zijn vader dat hij zich
niet ongerust hoeft te maken. Hij heeft het plan opgevat om contact te leggen een
rijke speculant. Als hij op zijn computer ziet dat de man die dag zijn
verjaardag is, koopt hij dure sigaren in de luchthaven en brengt hem een
bezoek. Hij moet lang wachten tot Gekko (Michael Douglas, links op de poster) hem te woord staat,
maar dan wil hij ook wel eens een nieuwtje horen waarmee hij een nieuwe klapper
kan maken. Bud, die zojuist van zijn vader heeft gehoord dat Bluestar
vrijgepleit zal worden van schuld aan een ongeluk, onthult dat hij in aandelen
van de kleine luchtvaartmaatschappij moet handelen.
Bud wordt steeds meer de wereld van Gekko ingezogen, ook
door diens vriendin Darien (Daryl Hannah, rechts op de poster) die interieur ontwerpster is en hem helpt met het
inrichten van een duur appartement in Manhattan, waarin ze meteen ook maar gaan
samenwonen. In dat appartement speelt zich later een cruciaal gesprek af tussen
beleidsmensen van Bluestar, Gekko en de vader van Bud, nadat de laatste het
eerder op een akkoordje heeft gegooid met Gekko om de luchtvaartmaatschappij in
handen te krijgen. De vader van Bud loopt boos weg als hij hoort wat Gekko van
plan is, namelijk om de lonen met twintig procent te verlagen, en zet daarmee
de vader zoon relatie zwaar onder druk. Bud krijgt zelf ook bedenkingen tegen
Gekko als hij hoort dat die, anders dan eerder afgesproken, Bluestar wil
ontmantelen. Hij leidt tot een stevige ruzie met Darien, die het appartement verlaat,
dat Bud vervolgens verkoopt. De hartaanval van zijn vader is een motivatie om,
in samenwerking met Wildman, een concurrent van Gekko, het bedrijf van de
ondergang te redden. Dat is belangrijk dan de gevangenisstraf die hem boven het
hoofd hangt vanwege al zijn malversaties.
vrijdag 14 oktober 2016
The life and times of Allen Ginsberg (2008), documentaire van Jerry Aronson
Hommage aan voorman van de Beatgeneratie
Filmmaker Jerry Aronson maakte met The life and times of Allen Ginsberg een prachtig portret van de
dichter en latere boeddhist Allen Ginsberg die in 1926 in NewArk, N. J. geboren
werd en in 1997 in New York stierf. Het portret eert deze voorman van de
hippiebeweging die het lef had om anders te zijn in een wereld die eerst heel
conventioneel was en later steeds meer polariseerde, tot de dag van vandaag aan
toe. Aronson volgt het leven van Ginsberg aan de hand van de verschillende
decennia die van belang zijn, maar begint met de voordracht door Ginsberg van
het gedicht Howl, dat de angst van
zijn generatie vertolkte.
Daarna volgen familiefoto’s en archiefbeelden die een indruk
geven van het gezin waar Ginsberg uit voortkwam. Zijn vader was een lyrisch
dichter van wie we een mooi fragment zien van een voordracht, waarbij hij
geassisteerd wordt door Allen die het maatgevoel van hem leerde. Zijn moeder
had last van zenuwinzinkingen en belandde in een inrichting waar ze in 1956
stierf. Zijn stiefmoeder zegt dat Allen meer van haar gekte meemaakte dan goed
was voor een kind, zijn broer Eugene herinnert zich Allen als een vrolijk kind.
Tegelijk voelde Allen zichzelf dom en zag hij het belang ervan om goed naar
anderen te luisteren.
In de jaren veertig, samengevat onder de titel van het
gedicht O tenderness in the middle of
time, ontmoette Ginsberg de twaalf jaar oudere William Burroughs (1914), die
net uit het leger kwam, veel wist van psychoanalyse en later boeken zou
publiceren als Naked lunch (1959). Ginsberg
gaf zich bloot aan Burroughs en merkte hoe dicht die bij hem stond. Hij voelde
zich ook aangetrokken tot Jack Kerouac die hij leerde kennen tijdens zijn
studie aan de Universiteit van Columbia. Samen vormden ze, met Neal Cassady,
een hecht homogezin. Daarbij schreef Ginsberg voor Kerouac en Burroughs.
In de jaren vijftig, Hydrogen
Jukebox, veranderde de sfeer in de Verenigde Staten door de invloed van het
militair industrieel complex. Dit bracht vervreemding en polarisatie teweeg,
die door de Beatgeneratie aangeklaagd werd. In deze jaren ontmoette de 28
jarige Ginsberg Peter Orlovsky met wie hij een levenslange relatie had. Hij zag
zijn zeven jaar jongere partner eerst op een naaktschilderij van een vriend en
vond hem in het echt nog mooier, al duurde het lang voordat de twee elkaar het
ja woord gaven. In 1955 las Ginsberg Howl
voor. Norman Mailer was onder de indruk.
On the road was toen al geschreven. In 1960 schreef Ginsberg Kaddisj voor zijn overleden moeder met
het joodse gebed en een nummer van Ray Charles in zijn geheugen.
De jongeren uit de jaren zestig, die aangeduid wordt met het
gedicht Drunken dumbshow, bouwden
voort op het werk dat door de Beatgeneratie was verricht. Drugs was deel van
het leven. Ginsberg verdedigde zich tijdens een parlementaire hoorzitting in
1965. Hij vertelde over de verbinding die door drugs tot stand worden gebracht.
In hetzelfde jaar werd hij Praag uitgezet en ontmoette hij Bob Dylan en The
Beatles in Engeland. Het waren de jaren van de flower power, waarin de liefde
als oplossing voor alle problemen werd voorgesteld. Ginsberg wendde zich tot
mantra’s om aan het diepere levensgevoel uiting te geven. Tijdens protesten
tegen de Democratische Conventie in Chicago in 1968 overwon hij zijn angst door
het reciteren ervan. Helaas werd Nixon president, zegt Mailer, omdat links zich
afkeerde van de verkiezingen.
De jaren zeventig, gekarakteriseerd met Mind breaths, werden gekenmerkt tot een wending naar binnen. In
1978 trad Ginsberg op in de Dick Cavett show, die opmerkt dat Ginsberg milder
is geworden. Ginsberg denkt dat het komt door het overlijden van zijn vader,
twee jaar daarvoor. Ze hadden een hele goede band samen en traden vaak samen
op. Er is een mooi fragment waar zijn vader het gedicht At the grave of my father leest. Het gedicht Father Death schreef Ginsberg in het vliegtuig van Boulder naar
huis. Zijn stiefmoeder noemde dat heel knap.
In de jaren tachtig en negentig, Musings, zag een fotoboek het licht dat Ginsberg had samengesteld met
shots van zijn vrienden uit de jaren vijftig, waarin Kerouac peinzend voor zich
uit staart en Burroughs naast een sfinx staat die veel op hem lijkt. Het boek
geeft een overzicht van zijn leven. Ook van het drama met Peter die genas van
een alcoholverslaving, waar Ginsberg mee moest zien om te gaan. Huilen deed
Ginsberg niet. Zijn tranen stortte hij uit in zijn gedichten. My heart is still, as time will tell,
staat er op zijn graf.
Abonneren op:
Reacties (Atom)






