Pages

vrijdag 9 januari 2015

Vrouwkje Tuinman over Sanatorium, Nooit meer slapen, VPRO radio, 2 september 2014



Gedichten over het raadsel van de vergankelijkheid

Mathijs Deen praat met Vrouwkje Tuinman over haar nieuwe dichtbundel Sanatorium, die weer over het oneindige thema levenseinde en ziekte gaat. Deen noemt de observerende, lichte en zwaarmoedige teksten een medicijn in doordrukstrip, waarmee ze dan in ieder geval helend zijn.

Deen begint het gesprek, dat plaatsvindt in de tuin van een verpleeghuis in Amsterdam waar de dementerende schoonmoeder van Tuinman is opgenomen, met een opmerking over de titels die allemaal verwijzen naar ziekten en andere mankementen. De sfeer is echter niet objectief of klinisch. Het subjectieve klinkt er sterk in door, zoals in het gedicht Dood over de schilder Fontijn, die niet kan zeggen of hij nog wil leven.

Tuinman zegt dat ze het schrijven over vergankelijkheid en de ontkenning daarvan niet kan laten. Na vijfeneenhalf jaar is dat nog sterker geworden. Alles wat we doen is een ontkenning van de dood, die de enige zingeving is die we hebben. Het ontkennen ervan, bijvoorbeeld door erg hard aan het lichaam te werken, is een zingeving in zich. Zelf leeft ze liever niet alsof de dag van vandaag haar laatste is, want dan was die al geweest. Haar schrijfdrang komt voort uit ergernis over haar eigen dwanggedachten, die ze te lang door laat gaan, maar zij is blij als ze weer iets op papier gezet heeft.

Deen begint over het volgende gedicht dat hij een variatie op een thema noemt, maar volgens Tuinman kantelt het ook wel.

Deen merkt op dat Tuinman ergens schrijft dat ze niet gaat zeggen wat ze zelf voelt en vraagt of het ironisch bedoeld is dat ze zich als een ruwe bolster voordoet.
Tuinman antwoordt dat ze opschrijft wat er gebeurd is. In Redenen om het nog even uit te stellen beschrijft ze een opa die op zijn sterfbed uitkijkt op een tekening met de uitspraak van zijn kleinzoon eronder die luidt ‘Hup opa!’

Deen zegt dat zij zo’n uiting in een context zet.
Tuinman zegt dat zo’n uitspraak op zich ook betekenis heeft, al is het voor haar niet meteen duidelijk welke. Was het een aanmoediging voor de man die drie weken op zijn dood wachtte? Ze schrijft graag over marchanderen, vindt dat een boeiend mechanisme. Ze vraagt zich in Voor het leven getekend af waarom iemand de naam van een geliefde op het lichaam tatoeĆ«ert.

Deen neemt aan het gaat om het vasthouden aan iemand die dierbaar is.
Tuinman heeft daar niets tegen. Ook niet aan het bewaren van objecten die herinneren aan een geliefde nabestaande.

Deen spreekt over de dienstbaarheid van dingen.
Tuinman vertelt verder over haar schoonmoeder die ze een per week bezoekt. Ze kan ondanks haar vergeetachtigheid heel grappig om de hoek komen. 

Hier de profielfoto Hup Vrouwkje Tuinman! op Facebook, hier twee (delen van) gedichten uit de bundel op de site van de uitgever.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten